Menu

blog -- explosieveiligheid

40.000 klanten voor de hulpdiensten?

Een familielid reageerde verbaasd toen ik hem vertelde dat er ongeveer 40.000 bedrijven in Nederland zijn die te maken hebben met explosieveiligheid: “Zijn er echt zoveel bedrijven die met explosieven werken?” Op dat moment begreep ik de verwarring: explosieveiligheid is namelijk niet gelimiteerd tot de veiligheid van explosieven, al wordt de term wel zo geïnterpreteerd. Ook in het bedrijfsleven komen dergelijke situaties voor: betrokkenen weten dat explosieveiligheid betrekking heeft op stoffen en vloeibare brandstoffen, maar zijn vervolgens niet op de hoogte waarom bijvoorbeeld aceton wel relevant is en diesel op dat moment niet. Ben jij op de hoogte van alle risico’s en weet je bijvoorbeeld wanneer een bepaalde stof relevant is en wanneer juist niet?

Wettelijk kader
Met name HSE-personeel komt steeds vaker in aanraking met termen zoals ATEX (ATmosphères EXplosibles), EVD (explosieveiligheidsdocument) en zoneringen. Hun kennis over de exacte inhoud is wisselend en soms helaas ondermaats. In Nederland is de explosieveiligheid geborgd door het Arbobesluit (artikel 3.5c) dat werkgevers verplicht risico’s op dit gebied te beoordelen en vast te leggen. Op Europees niveau zijn er twee richtlijnen:

  • Productrichtlijn ATEX 114 (2014/35/EU): van toepassing bij een mogelijke explosieve atmosfee
  • Sociale richtlijn ATEX 153 (1999/92/EG): fabrikanten van apparatuur die wordt gebruikt in zones met explosierisico
  1.  

In Nederland wordt invulling gegeven aan het Arbobesluit en de sociale richtlijn door de NPR (Nederlandse Praktijk Richtlijnen): NPR7910-1 voor gas en NPR7910-2 voor stof.

Grenzen van explosieveiligheid
Bij bedrijven waar met kleine hoeveelheden gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, merk ik dat de risico’s bij aanwezige brandbare stoffen niet altijd zijn geïnventariseerd. De NPR7910-1 (gas) en NPR7910-2 (stof) geven een indicatieve benedengrens aan, waar een risico-inschatting mogelijk geen meerwaarde biedt. Voor een stof als benzine (K1 vloeistof) geldt bijvoorbeeld een grens van 50 kg binnen een gebouw en 500 kg in de open lucht. Dit heeft als gevolg dat een klein opslaghok met een aantal geopende of niet UN-gekeurde jerrycans bij elkaar al kan leiden tot een zonering. De gevolgen van dergelijke situaties kunnen minimaal zijn, maar moeten altijd worden geïnventariseerd en gedocumenteerd. In veel gevallen zijn dit soort situaties niet beoordeeld, voor zowel gas- als stofexplosiegevaar.

Bij grotere (chemische) bedrijven met veel gevaarlijke stoffen staat explosieveiligheid al jaren op de agenda, is een EVD aanwezig en zijn de zoneringen duidelijk aangegeven. Toch voldoen ook deze bedrijven niet altijd aan de wettelijke eisen. Bij veranderingen binnen de ATEX-relevante gebieden wordt het EVD niet geactualiseerd, waardoor afwijkingen ontstaat ten opzichte van de actuele situatie. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van een nieuwe stof, introduceren van nieuwe apparatuur of aanpassingen van de werkprocedures. Als er bijvoorbeeld een groot lek ontstaat is het goed om te weten welke explosiegevaarlijke stoffen er aanwezig zijn om een eventuele explosie te voorkomen.

Stappenplan explosieveiligheidsdocument
Hoe zorg je voor een (actueel) EVD? Voor kleinere bedrijven is het soms lastig op ieder vakgebied een specialist beschikbaar te hebben. Basiskennis van de ATEX-wetgeving - en in het bijzonder de vraag of een risico-inschatting nodig is - is noodzakelijk om een veilige werkomgeving te garanderen. Mijn advies is voor zowel kleine als grote bedrijven om de volgende stappen te doorlopen:

  • Laat je informeren over het wettelijk kader door een specialist
  • Controleer of het EVD de huidige situatie beschrijft (het is een levend document)
  • Wijs 1 verantwoordelijke persoon (betreft meestal de HSE-functie) binnen uw bedrijf aan voor het EVD
  • Integreer de invoer of wijzigingen van/met brandbare (vloei)stoffen in een procedure, bijvoorbeeld via een Management of Change
  • Laat periodiek (elke 1-3 jaar) een audit uitvoeren door een specialist


Gelukkig zijn de 40.000 bedrijven die te maken hebben met explosieveiligheid niet allemaal potentiële klanten van de brandweer. Wel worden deze bedrijven zich stap voor stap bewuster van explosierisico’s en nemen ze maatregelen voor een veiligere (werk)omgeving. Daar werk ik als explosieveiligheidsdeskundige graag aan mee!