Menu

Publicatie CROW 400: Belangrijke wijzigingen

Omdat de Publicatie CROW 400 een uitgebreid document is hebben wij alvast een aantal belangrijke wijzigingen voor op een rij gezet. De volgende 5 punten zijn wijzigingen die voor veel bedrijven gevolgen kunnen hebben. Wilt u weten wat dat kan inhouden? U kunt vrijblijvend een gesprek met ons aangaan en meer te weten komen over de kansen die deze wijzigingen u biedt.

Samenvatting van een aantal belangrijke wijzigingen

1)    Scheiding tussen Arbo en Milieu

Met de nieuwe richtlijn wordt beter gekeken naar de situatie. Wat is er nu echt aan de hand, wordt de medewerker ook daadwerkelijk blootgesteld aan verontreinigde stoffen? En zo ja, welke maatregelen moet je dan treffen? In de oude versie zat een hele grote tabel, waarin alle maatregelen stonden beschreven. In de nieuwe versie is deze tabel niet meer aanwezig en moeten maatregelen meer specifiek gemaakt worden.

Nieuwe systematiek
In de nieuwe situatie wordt voor de niet vluchtige stoffen afscheid genomen van de Interventie-waarde als toetsingskader en wordt gewerkt met SRC (= Serious Risk Concentration) waarden. Bij de SRC-waarden wordt rekening gehouden met zowel het ecotoxicologische (Milieu) als de humane toxicologisch risicogrens (Arbo). Bij het bepalen van de veiligheidsklassen wordt alleen nog maar gekeken naar de Arbo aspecten en niet meer naar de milieuaspecten. Hierdoor is er een differentiatie ontstaan in stoffen die voor dieren en planten misschien heel schadelijk zijn, maar voor de mens minder schadelijk. De veiligheidsklassen worden daardoor voor sommige niet vluchtige stoffen lager. Voor de niet vluchtige stoffen zijn voor Arbo de Interventiewaarden niet meer het toetsingskader en zijn deze van elkaar losgekoppeld. 

2)    Scheiding tussen vluchtige en niet vluchtige stoffen

In eerste instantie zou de SRC-waarden gebruikt worden voor zowel de vluchtige als de niet-vluchtige stoffen. Na een grondige berekening van Tauw bleek dat de SRC-waarden voor de vluchtige stoffen zulke hoge concentraties opleverden in de lucht, dat bij die voorgestelde waarde mogelijk een  onacceptabele blootstelling ging ontstaan. In de nieuwe publicatie wordt de SRC-waarde daarom alleen toegepast op niet vluchtige stoffen zoals lood, zink en PAK. De vluchtige stoffen blijven getoetst worden op Interventiewaarden.

3)    Nieuwe veiligheidsklassen: oranje, rood en zwart

In de oude richtlijn werd gewerkt met T(=toxisch)- en F(=flammable) klassen. In de nieuwe richtlijn zijn deze klassen komen te vervallen. In plaats daarvan worden de veiligheidsklassen nu bepaald aan de hand van drie kleurcodes: oranje, rood en zwart. De kleurcodes gelden voor zowel de vluchtige als de niet vluchtige stoffen. Hieronder een toelichting voor de toepassing van de kleurcodes:

Een aantal jaren terug ontwikkelde Tauw voor en in samenwerking met Dow Chemical een soortgelijk stoplicht model voor het bepalen van veiligheidsmaatregelen bij bodemverontreinigingen, dat de basis vormde voor het ontwikkelen van hierboven genoemde veiligheidsklassen. 

4)    Rol van de veiligheidskundige aanzienlijk groter

In de nieuwe publicatie zijn geen standaardpakketten van beheersmaatregelen meer van toepassing.

Dit betekent dat het bepalen van die maatregelen voor elke situatie specifiek moet worden uitgedacht. Het is daarom belangrijk dat een veiligheidskundige meekijkt om de maatregelen toe te spitsen op het risico, waarbij onder andere gekeken moet worden naar de verschillende stoffen, de en de aard en duur van de werkzaamheden. Om effectief risicogestuurd te werken zal er op maat door een veiligheidsdeskundige moeten worden gekeken naar de aard, omvang en duur van de werkzaamheden. De veiligheidsdeskundige heeft in de nieuwe situatie een rol in de ontwerpfase van het project en in de uitvoeringsfase. De rol van de veiligheidsdeskundige is dus aanzienlijk groter.

5)    Geregistreerde DLP’ers

In de nieuwe versie wordt onderscheid gemaakt tussen gewone en geregistreerde DLP’ers (=Deskundige Leidinggevende Projecten). Alleen geregistreerde DLP’ers mogen werkzaamheden in de veiligheidsklasse ‘zwart’ en ‘rood – vluchtig’ begeleiden. Geregistreerde DLP’ers moeten bijvoorbeeld aantonen dat ze op een juiste manier een gasmeting kunnen uitvoeren.

Heeft u vragen over de wijzigingen of wilt u weten hoe de nieuwe richtlijn kan worden toegepast in uw organisatie?
Neem contact op met Daan van Wieringen voor meer informatie of stuur een email naar p400@tauw.com.