Menu

Afstemming tussen recreatie en natuur in 5 recreatiegebieden in Noord-Holland

Datum: 30-08-2017

In opdracht van provincie Noord-Holland heeft Tauw een verkenning uitgevoerd van de natuurwaarden en recreatieve ontwikkelingen in vijf recreatiegebieden binnen de provincie Noord-Holland. Deze gebieden hebben een dubbele functie: ze zijn veelal aangelegd als recreatiegebied, maar zijn ook opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Met als gevolg tegenstrijdige doelen voor hetzelfde gebied.

Veel recreatiegebieden in Noord-Holland vormen een belangrijk uitloopgebied voor grote steden zoals Amsterdam, Alkmaar, Haarlem en Zaanstad. Toen er in een later stadium natuurdoelen aan werden gesteld (de gebieden werden opgenomen in de Ecologische Hoofdstructuur) leidde dit tot bijzondere tegenstrijdigheden. Zo zijn er op de recreatieplattegrond ligweides, zwemstrandjes en speelterreinen te zien, terwijl de ambitiekaart van de provincie op precies dezelfde plek bijvoorbeeld de ontwikkeling van natuurtypen als Kruiden- en faunarijk grasland, Vochtig bos met productie of Moeras toont.

Recreatie ‘versus’ natuur
Om financieel gezond te kunnen blijven is er bij de recreatieschappen behoefte aan ontwikkeling en uitbreiding van recreatieve voorzieningen in de gebieden, bijvoorbeeld door de organisatie van meer festivals of door de aanleg van extra horecagelegenheden. Echter, het Natuurbeheerplan van de provincie biedt hier geen tot weinig speelruimte voor. Bovendien ontbreekt in het Natuurbeheerplan ook de nodige informatie over de kenmerken, natuurwaarden en potenties van de recreatiegebieden om bij dergelijke vraagstukken een goede afweging en beoordeling te kunnen maken.

Natuurwaardering en zonering
Tauw is met deze materie aan de slag gegaan. “Een zeer boeiend en uitdagend project, waarbij enerzijds methode-ontwikkeling, data-analyse en kaartmateriaal, en anderzijds samenwerking, communicatie en draagvlak centraal stonden. In directe samenwerking met provincie en recreatieschap hebben we een methode ontwikkeld om voor alle vijf recreatiegebieden op vergelijkbare wijze de aanwezige natuurwaarden, de gevoeligheid van natuur voor recreatie en de mogelijke knelpunten tussen natuurwaarden en recreatieve ontwikkelingen in beeld te brengen”, aldus Carolien Wegstapel van Tauw. 

Eén van de belangrijkste aandachtspunten hierbij was het kiezen van het juiste schaalniveau voor presentatie van de data. Binnen de recreatiegebieden hebben we een zonering aangebracht van gebieden met hogere en lagere natuurwaarden en mate van gevoeligheid. Deze zonering met scores geeft een globale indicatie van de aanwezige kenmerken en relatieve verschillen op een voor de analyse werkbaar schaalniveau.

Daarnaast hebben we ons in het onderzoek gefocust op de soortgroepen vogels en vaatplanten. Deze zijn het meest gevoelig voor effecten van recreatie, bijvoorbeeld in de vorm van verstoring door een groot evenement, of vernietiging als gevolg van aanleg van een nieuw speelpark. Ook is in de presentatie van de natuurwaarden onderscheid gemaakt tussen het zomer- en het winterhalfjaar, aangezien de zomer een intensievere periode is qua recreatiedruk.

Resultaten
Per recreatiegebied is onder andere een kruising gemaakt tussen de verstoringsgevoeligheid van broedvogels en de impact van geplande recreatieve ontwikkelingen. Deze kaart laat zien waar de kwetsbare gebieden voor broedvogels liggen en waar deze gebieden overlappen met gewenste ontwikkelingen. Op de eindkaart - de knelpuntenkaart - zijn alle gewenste recreatieve ontwikkelingen weergegeven, inclusief een knelpuntenscore. Deze score geeft een indicatie van de kwetsbaarheid/gevoeligheid van de aanwezige natuurwaarden op de plek van de ontwikkeling en dient als eerste basis voor nader onderzoek.

Carolien: “We kijken terug op een uniek project waarbij we op beleidsniveau hebben kunnen nadenken over afstemming tussen natuur en recreatie. En we zijn nog niet helemaal klaar. In september presenteren we onze bevindingen tijdens de Landschapstriënnale in PARK21.”