Menu

Nieuwe aanpak van bodemverontreiniging in het Rotterdamse havengebied

Datum: 20-09-2017

Al een decennium lang is de gebiedsgerichte aanpak van bodem- en grondwaterverontreinigingen onderwerp van gesprek tussen gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam en een consortium van in de haven gevestigde bedrijven. Het lijkt er nu van te komen, de vaststelling van de gebiedsgerichte aanpak en toepassing ervan in het Botlek-gebied.

Als de gebiedsgerichte aanpak (GGA) daadwerkelijk wordt vastgesteld, kan er eindelijk in de praktijk, in de Botlek, worden getoetst of een gebiedsgerichte aanpak van verontreinigingen in de bodem daadwerkelijk effectiever is dan de huidige locatiespecifieke aanpak. De GGA is gericht op natuurlijke afbraak van (mobiele) historische verontreinigingen. Daarvoor moet er potentie zijn voor natuurlijke afbraak en moet deze vergezeld gaan van een bronaanpak. Verder mag er geen verontreiniging (‘marginaal’) van oppervlaktewater optreden. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, is een gebiedsgerichte aanpak mogelijk. De vraag is: wat levert het op?

Voordelen gebiedsgerichte aanpak
De voordelen van de gebiedsgerichte aanpak zijn onder andere:

  • Er hoeft minder intensief gesaneerd te worden, waarbij ook monitoring mogelijk is als saneringsvariant
  • De eis vervalt om een stabiele eindsituatie binnen 30 jaar te bereiken
  • Deelnemende bedrijven krijgen de beschikking over het geohydrologische model van gemeente Rotterdam
  • Al met al leidend tot een besparing op de kosten voor sanering

In hoeverre profiteren bedrijven?
In hoeverre bedrijven profiteren van deze voordelen is sterk afhankelijk van een aantal belangrijke aspecten, zoals:

  • De specifieke karakteristiek van de verontreiniging ter plekke
  • De plannen en afspraken die een bedrijf al heeft gemaakt met het bevoegd gezag, i.c. de DCMR Milieudienst Rijnmond, in het kader van de Wet bodembescherming
  • De bereidheid van een bedrijf om te investeren in onderzoek en plannen die nodig zijn en aansluiten bij de GGA
  • De onduidelijkheden die er nu nog zijn aangaande de gebiedsgerichte aanpak, zoals:

    • De betrouwbaarheid betrouwbaarheid van het geohydrologische ‘Havenmodel’ die de gemeente Rotterdam beschikbaar stelt
    • De financieringsafspraken rond bijvoorbeeld restschade. Hoe wordt de hoogte hiervan bepaald, vastgelegd en juridisch geborgd?
    • Hoeveel ‘marginale’ uitstroom naar het oppervlaktewater wordt geaccepteerd door Rijkswaterstaat?
    • Hoe wordt de aanpak uiteindelijk geborgd binnen de aanstaande Omgevingswet?

Kortom, een belangwekkende nieuwe aanpak van bodemverontreiniging in de Rotterdamse haven, waar tegelijkertijd voor bedrijven nog veel onzekerheden aan kleven. Daarom is het interessant om te zien wat de aanpak in de Botlek gaat opleveren.