Menu

Veilig waterbeheer in stedelijk gebied

Datum: 10-10-2016

Van modderpoel in sloppenwijk tot het aantrekkelijk maken van stedelijk gebied

In het kader van de Dag van de Duurzaamheid hielden wij een dubbelinterview over het thema ‘Water in de stad’. Als partner van Amref Flying Doctors belichten we dit thema vanuit twee totaal verschillende perspectieven. We vroegen Gizachew Mengie, projectmanager van Amref Ethiopië en Jeroen Kluck, adviseur bij Tauw en lector ‘Water in en om de stad’ aan de Hogeschool van Amsterdam om over dit thema in gesprek te gaan.

Jeroen Kluck is als waterexpert en lector dagelijks bezig met de klimaatbestendigheid van steden. Hierbij zoekt hij naar aandacht voor het thema in het algemeen én onderzoekt hij samen met gemeentes en waterschappen innovatieve oplossingen.

Gizachew Mengie is projectmanager van het Amref-project ‘Making WASH Everybody’s Business’ in Ethiopië. Vanuit deze functie richt hij zich op samenwerking met partners om structurele verandering in sloppenwijken te realiseren, wat onder andere vorm krijgt in de bouw van ‘WASH’ (Water, Sanitation and Hygiene) faciliteiten. Dit zijn gebouwen met sanitaire voorzieningen zoals toiletten, openbare douches en tapwaterpunten. Het vergroten van de bereidheid van gemeenschappen en de overheid om te investeren in deze faciliteiten, het geven van voorlichting over deze thema’s én het stimuleren van ondernemerschap vormen een belangrijke rol in het dagelijks leven van Gizachew.

Hoe ziet een gemiddelde werkdag er voor je uit?
Gizachew Mengie: Ik doe mijn werk in zeven verschillende sloppenwijken. Doordat er in iedere wijk andere partners betrokken zijn, praat ik dagelijks met heel veel stakeholders. Ik geef je er graag een voorbeeld van. Op dit moment onderzoek ik, samen met een aantal technische experts, de plekken die geschikt zijn voor de plaatsing van een ‘WASH facility’. Op zo’n plek hebben we niet alleen toegang nodig tot het waternetwerk uit de stad, ook de infrastructuur moet geschikt zijn en uiteraard is er toestemming van de overheid nodig. Dit kan soms een grote puzzel zijn, maar het geeft ons als team veel voldoening als we uiteindelijk een geschikte plek hebben gevonden.

Jeroen Kluck: Ik werk twee dagen per week voor Tauw, op andere dagen als lector aan de Hogeschool van Amsterdam. Om mijn Tauw-tijd zo optimaal mogelijk te benutten, werk ik voor een groot deel vanuit de trein. Ik ben namelijk vaak onderweg voor projectbesprekingen en besprekingen over ontwikkelingen rondom het klimaatbestendig maken van steden. Als ik op kantoor ben heb ik voornamelijk vergaderingen over de voortgang van projecten en innovaties. Daarnaast vind ik het belangrijk om mijn bijdrage te leveren aan vragen en offertes van potentiële klanten.

Wat vind je het mooiste van je werk?
JK: Bezig zijn met de klimaatadaptatie van onze steden vanwege de veranderingen in het klimaat geeft mij veel voldoening. Op deze manier kan ik heel concreet mijn steentje bijdragen aan de leefbaarheid van de Nederlandse samenleving. Het is mijn droom om ook op mondiaal niveau mee te werken aan de verduurzaming van de aarde en mensen écht bewust te maken van de concrete gevolgen van de klimaatverandering.

GM: Mensen kunnen niet leven zonder water. We zijn dus heel concreet bezig met het verbeteren van hun leefomgeving. Dit zorgt voor de verbetering van hun gezondheid maar ook van hun economische status. De impact van ons werk op hun leven geeft me erg veel voldoening.

Hoe is de situatie in het stedelijk gebied?
GM: Dat hangt heel erg af van waar je in Ethiopië kijkt. In het algemeen kunnen we wel zeggen dat de weersomstandigheden intenser en uitdagender worden. Iedereen heeft waarschijnlijk het nieuws gezien over de extreme droogte in ons land. Mensen uit het landelijk gebied kunnen door de aanhoudende droogte niet langer voor zichzelf zorgen en verhuizen naar de grote steden. Deze ongeplande verstedelijking zorgt voor een alarmerende toename van het aantal inwoners. Hierdoor zijn zaken als voldoende drinkwater en sanitaire voorzieningen een grote uitdaging. Veilig drinkwater is er schaars en daardoor relatief duur. Het is niet voor iedereen betaalbaar en drukt op het beperkte budget van veel huishoudens. Doordat goede voorzieningen zoals riolering vaak ontbreken, er gering bewustzijn is over hygiëne en onveilig water wordt gebruikt, zijn er veel ziektegevallen en riskeren mensen hoge medische kosten. Dit draagt bij aan de armoedecirkel waar veel mensen in ‘vastzitten’.

JK: In de Nederlandse steden hebben we het eigenlijk heel goed. Ondanks dat onze steden grotendeels onder de zeespiegel liggen, leven we hier redelijk veilig. Berekeningen laten zelfs zien dat een ernstige overstroming in bepaalde gebieden minder dan één keer per 10.000 jaar voorkomt. Daarnaast hebben we altijd voldoende en goedkoop drinkwater. Ook wordt dit drinkwater voor gebruik behandeld, waardoor het water geen ziektes met zich meebrengt. Kortom, we kunnen trots zijn op de manier waarop het is georganiseerd.

Natuurlijk leven we in een dichtbevolkt gebied. We hebben weinig ruimte voor natuur. En de natuur die er wel is, wordt door de mens gecontroleerd. Het is onze uitdaging om aandacht voor onze leefomgeving te hebben (en houden) én te zorgen voor voldoende ruimte voor groen en water. Daarbij zal de klimaatverandering zeker invloed hebben op onze steden. We zullen aan de ene kant meer last krijgen van overstromingen door regenwater. Aan de andere kant zullen problemen door droogte en hittestress toenemen. We moeten onze steden aanpassen aan klimaatverandering om schade te beperken en steden aantrekkelijk te houden.

In vergelijking met de situatie die Gizachew schetst over Ethiopië zien onze problemen er wellicht klein uit, maar de aantrekkingskracht en leefbaarheid van steden is belangrijk en draagt bij aan de geluksbeleving van inwoners.

Hoe ga je om met een tekort of overschot aan water in steden?
JK: Dankzij het IJsselmeer zal een tekort aan (drink)water in Nederland niet zo snel voorkomen. Door klimaatverandering hebben we wel steeds vaker te maken met regenwateroverlast. Dit issue staat in steeds meer gemeenten hoog op de agenda. Wij proberen gemeenten er van te overtuigen om bij de inrichting van het stedelijk gebied ruimte te creëren voor het groen en meer rekening te houden met de tijdelijke opvang van oppervlaktewater. Zo worden steden veerkrachtiger en zijn ze beter voorbereid op extreme regenbuien.

Met een WaterOverlastLandschapsKaart (WOLK) brengt Tauw de locaties in kaart waar water zich bij extreme buien ophoopt en overlast veroorzaakt. Die informatie kunnen inrichters van het stedelijk gebied vervolgens gebruiken om overlast door water te minimaliseren.

GM: Door waterputten te bouwen die veel water kunnen verzamelen, werken we aan de realisatie van voldoende én betaalbaar water voor de droge periodes van het jaar. Daarnaast breiden we, in samenwerking met de overheid, het waterleidingnetwerk van de steden uit. Zo maken we water in een groter gebied beschikbaar. Verder geven we voorlichting over veilig watergebruik en hygiëne. Dit heeft met name een grote impact op de gezondheid en veiligheid van meisjes en vrouwen. Het is voor hen niet langer nodig om uren te lopen om drinkwater te krijgen. Die tijd kunnen ze daardoor besteden aan scholing of werk.

Wat zijn de grootste uitdagingen die bij deze situatie horen?
GM: Bij hevige buien kan het water in sloppenwijken nergens naar toe. Dit zorgt voor overstromingen, waarna de wijk verandert in één grote modderpoel. Daarom informeren wij de bewoners over het belang van het gebruik van toiletten en goede hygiëne. Samen met de overheid en gemeenschappen bekijken we hoe en waar met investeringen het beste resultaat behaald kan worden.

JK: Voor Nederlandse steden zie ik twee belangrijke uitdagingen. De eerste (en grootste) is het gedrag van mensen mee laten veranderen met het klimaat. We zien niet vaak (genoeg) de extreme gevolgen van klimaatverandering, waardoor mensen het niet noodzakelijk vinden om hun gedrag en gewoontes aan te passen.

De tweede uitdaging is hittestress. Tijdens hittegolven sterven meer mensen. Dit kan opgelost worden door meer airco’s of extra gezondheidszorg. Op dit moment onderzoeken we in hoeverre de vergroening van de stedelijke omgeving bijdraagt aan het verkoelen van de stad.

Gizachew gaf aan dat bij hevige buien de sloppenwijken veranderen in een grote modderpoel. Wellicht dat ons WOLK-model snel en relatief goedkoop inzicht kan bieden in de afstroming van het regenwater in sloppenwijken.

Zijn de inwoners van de stad zich bewust van deze risico’s?
JK: Sommige mensen zijn zich bewust van de risico’s. Toch zijn dit voornamelijk mensen die zelf een overstroming hebben meegemaakt, of mensen die familie of vrienden hebben die slecht tegen de zomerse hitte kunnen. Het is dus niet eenvoudig om de grote menigte te overtuigen van de risico’s en gevolgen. Het helpt wel dat meer ruimte voor water en groen niet alleen positief bijdraagt aan de klimaatbestendigheid, maar ook aan de uitstraling van het stedelijk gebied.

GM: Ja, inwoners van de stad zijn zich zeker bewust van de risico’s. De uitdaging in Ethiopië is om water op een duurzame manier bij de mensen te krijgen. Om dit te realiseren, moeten mensen gaan betalen voor water en dat zorgt voor discussies over het recht op water, investeringen op lange termijn, voordelen voor de gezondheid, etc. Om een duurzaam systeem te creëren willen we de gemeenschappen bewust maken dat, door te investeren in water en sanitaire voorzieningen, ze bezuinigen op de kosten voor gezondheidszorg - en zo meer tijd overhouden voor onder andere scholing en werk.

Hoe werk je samen met lokale overheden?
GM: Wij werken op heel veel manieren met overheden samen en wij doen niets zonder hun deelname. Eén van onze speerpunten is om het ‘ownership’ rondom thema’s als water en hygiëne van de lokale overheden te stimuleren.

JK: Lokale overheden zijn vaak onze opdrachtgever, waarbij samenwerken en samen denken belangrijk zijn, bijvoorbeeld voor een nieuw of klimaatbestendig ontwerp van de openbare ruimte. Aangezien elke straat ongeveer eens in de 30 jaar wordt heringericht geloof ik dat gemeenten er goed aan doen om alle herinrichtingen vanaf nu klimaatbestendig uit te voeren.

Wat zijn de grootste overeenkomsten en verschillen in jullie werk?
JK: We zijn allebei bezig met thema’s rondom water en ervaren allebei de gevolgen van de klimaatverandering. Als belangrijkste verschil zie ik de impact en urgentie van de situatie. Primaire sanitaire voorzieningen hebben uiteraard een veel hogere prioriteit dan een aantrekkelijke omgeving. Toch is het verbeteren van de leefomgeving voor Nederland een heel belangrijk thema.

GM: De belangrijkste overeenkomst is dat we beiden toegewijd zijn om bij te dragen aan duurzaam, veilig en voldoende water in stedelijk gebied. In Ethiopië zijn we echt bezig met een transformatie terwijl Tauw in Nederland werkt aan de optimalisatie van stedelijke gebieden. Dat zorgt ervoor dat mensen gezond en gelukkig kunnen leven in de plaats waar ze wonen.