Menu

Nieuwe Erfgoedwet per 1 juli 2016 van kracht: wat betekent dit voor u als gemeente?

Datum: 23-06-2016

Op 1 juli 2016 treedt de nieuwe Erfgoedwet in werking. De wet vervangt de Monumentenwet en de Wet tot behoud van cultuurbezit. Zowel onroerend erfgoed (monumenten en archeologie) als roerend erfgoed (cultuurgoederen en verzamelingen) vallen onder deze nieuwe wet. Naast musea, adviseurs en eigenaren krijgen ook gemeenten te maken met deze nieuwe wet.

Wat verandert er?

  • De gemeentelijke erfgoedverordening wordt, net zoals de Erfgoedwet, integraler ingestoken
    Naast de omgang met monumenten en archeologie is er nu ook aandacht voor ‘beschermde gemeentelijke cultuurgoederen’, zoals topstukken of kunstcollecties in gemeentelijk bezit. Dat daarom het begrip ‘monumentenlijst’ moet wijken voor ‘erfgoedregister’ is tekenend voor de uiteindelijke strekking van de wet: een meer integrale benadering van de cultuurhistorie.
  • De mogelijkheid van de Minister om beschermde stads- en dorpsgezichten aan te wijzen, vervalt
    Op grond van de nieuwe Omgevingswet, die in 2019 in werking treedt, krijgt de minister de mogelijkheid om nationale belangen te borgen middels een Rijksinstructie. Dit geldt ook voor de stads- en dorpsgezichten. De minister verzoekt met deze Rijksinstructie de gemeente om in het Omgevingsplan een beschermingsregime op te nemen voor een specifiek stads- of dorpsgezicht. Het aanwijzen van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten door de gemeenteraad blijft overigens gewoon mogelijk.
  • (Interieur)ensembles kunnen worden aangewezen door het Rijk
    Naast het gebouwde monument is het vanaf 1 juli 2016 mogelijk om ook de bijbehorende inboedel, en daarmee het gehele ensemble, op rijksniveau te beschermen. Op deze manier kan worden voorkomen dat een interieur dat onlosmakelijk verbonden is met een rijksmonument, wordt verkocht aan het buitenland.
  • Tegemoetkoming in de excessieve opgravingskosten vervalt
    Een wijziging als het gaat om archeologie is het wegvallen van de tegemoetkoming in de zogenaamde excessieve opgravingskosten. Waar er tot nu nog mogelijkheden waren om bij het Rijk aan te kloppen als, onvoorzien, de archeologische opgravingskosten excessief hoog opliepen, is deze mogelijkheid nu uit de wet verdwenen. Gemeenten zijn zowel beleidsmatig als financieel verantwoordelijk voor de keuzes die zij maken in het erfgoedbehoud.

Meer informatie?
Voor een volledig overzicht van de wijzigingen kunt u terecht bij het Dossier Erfgoedwet van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft een nieuwe modelverordening ontwikkeld die gemeenten kunnen gebruiken om hun huidige erfgoedverordening aan te passen.

Uiteraard helpen onze adviseurs u graag met het actualiseren van uw cultuurhistorisch en archeologisch beleid, zodat deze weer ‘Erfgoedwet-proof’ is. U kunt hiervoor contact opnemen met Frank Druijff, adviseur cultuurhistorie, +31 10 28 86 10 9, frank.druijff@tauw.nl.


Figuur: Van Monumentenwet naar Erfgoedwet (bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)