Aardgasvrij: van bottom-up naar top-down en alles wat daar tussenin zit

14 februari 2020 door
Beau Warbroek

De transitie naar aardgasvrij staat of valt met participatie en communicatie. De energietransitie komt achter de voordeur van inwoners op het moment dat een alternatief voor aardgas wordt gekozen. Het is dan ook geen toeval dat de Handreiking Participatie en Communicatie recent op de website van Programma Aardgasvrije Wijken is geplaatst.

Tijdens het congres Aardgasvrije Wijken op 23 januari jongstleden werd duidelijk dat de 27 proeftuinen van de eerste tranche van de landelijke subsidieregeling Proeftuin Aardgasvrije Wijken moeite hebben om de schop in de grond te krijgen. Daarbij is niet alleen de businesscase een knelpunt. In sommige gevallen is de gemeente te hard van stapel gelopen met het communiceren naar bewoners over een proeftuin. Een top-down benadering. Andere gemeenten spreken van woonlastenneutraal; een onhaalbare belofte. De tweede openstelling van de proeftuinensubsidie sluit op 1 april 2020. Wat zijn belangrijke lessen en inzichten op het gebied van participatie en communicatie?

Van bottom-up…

In het Friese dorp Garyp is te zien welke rol een energiecoöperatie en de sociale samenhang in een dorp kunnen spelen bij het dichtdraaien van de gaskraan (zie artikel in Volkskrant). De energiecoöperatie kan werken als een soort legitimering van de energietransitie: “we hebben al eens iets collectief van de grond getrokken, dat gaat ons deze keer ook lukken”. Met een succesvolle energiecoöperatie wordt de lokale energietransitie zichtbaar en wordt het voor inwoners duidelijk dat verduurzamen loont. De sociale samenhang in een wijk of dorp fungeert dan als een smeermiddel; buren steken elkaar aan, helpen elkaar en praten over de successen maar ook de mislukkingen.

Soortgelijke bevindingen kan ik herinneren van mijn tijd dat ik onderzoek deed naar het succes (en falen) van energiecoöperaties in de provincie Fryslân. Succesvolle burgerinitiatieven binnen de energietransitie weten een goede aansluiting te vinden met hun wijk of dorp. Ze spelen in op lokale behoeften, wensen, cultuur en identiteit. In de transitie naar aardgasvrij is het raadzaam om je als gemeente bij dit soort burgerinitiatieven aan te sluiten. Ze zijn niet de heilige graal (lees: ze zijn geen democratische vertegenwoordiging van de wijk of het dorp), maar ze werken als een intermediair. Ze staan dichter bij de inwoners dan de gemeente zelf, kennen de buurt als geen ander en kunnen daardoor tussen de bredere groep inwoners en de gemeente in staan. 

…naar top-down

Als je als gemeente niet gezegend bent met de aanwezigheid van een actieve en goed georganiseerde energiecoöperatie, dan is het van belang om het participatie- en communicatieproces goed in te richten. Want denk erom: je krijgt maar één kans om het goed te doen. En juist hier moet je als gemeente ook inspelen op die lokale behoeften, wensen, cultuur en identiteit. Dit soort lokale processen zijn van onmiskenbaar belang. Wat lokaal precies betekent verschilt per situatie. In vaktermen heet dit sociale geografie. Wat ervaren mensen als hun lokale leefomgeving? Is het de buurt zoals deze in het CBS-register staat, of zijn dat een paar straten extra (of minder)? Wat de grootte van een warmtenet is, of de omvang van een project met individuele warmtepompoplossingen hangt daarom niet alleen af van de technische mogelijkheden, maar ook van hoe inwoners een bepaald gebied ervaren en waar ze zich mee verbonden voelen. Een andere manier is om een bestaand bewonersinitiatief op een ander vlak (zoals een zorgcoöperatie of een werkgroep groenbeheer) te enthousiasmeren om met de energietransitie aan de slag te gaan. Zo kan je de aanwezige organisatiekracht inzetten om ook draagvlak voor de energietransitie te organiseren.

…en alles wat daar tussenin zit

Maatwerk is dus de key, maar er zijn ook universele lessen te benoemen, een paar daarvan heb ik hierboven al benoemd. Onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat wanneer mensen het besluitvormingsproces als legitiem ervaren, ze ook meer bereid zijn om de uitkomst van het besluit te accepteren. Dit geeft het belang aan van transparante en eerlijke participatie, ongeacht of dit van onderen komt door een energiecoöperatie of door de gemeente zelf wordt opgestart. Mijn punt is dat de gemeente hier een regierol heeft, in ieder geval voor het borgen van legitieme participatie en heldere communicatie. Nu wordt ook duidelijk waarom top-down en bottom-up niet zwart-wit is: “alles wat daar tussenin zit”. Enerzijds speelt de gemeente een belangrijke rol in het faciliteren van bottom-up processen. Anderzijds kan een top-downbenadering van een wijkaanpak nooit werken zonder de volwaardige betrokkenheid van de inwoners. 

5 universele lessen voor de transitie naar aardgasvrij

Samenvattend wil ik gemeenten die aan de slag gaan met de transitie naar aardgasvrij daarom de volgende universele lessen meegeven

  • Sluit aan bij een (goed georganiseerde) energiecoöperatie
  • Sluit aan bij lokale behoeften, cultuur en identiteit
  • Werk op de juiste lokale schaal
  • Lift mee op bestaande initiatieven
  • Eerlijke participatie helpt bij de acceptatie van de uitkomst

 

Wilt u aan de slag met de transitie naar aardgasvrij? Bezoek dan onze pagina over Energietransitie voor meer informatie.