Beoordelen luchtkwaliteit: ‘Mag het een onsje meer zijn?’

21 augustus 2020 door
Frits van Arkel

Het Adviescollege Stikstofproblematiek stelt in haar eindadvies “Niet alles kan overal” over de structurele aanpak van stikstof op lange termijn, dat een complexe aanpak niet goed is voor het creëren van maatschappelijk draagvlak. Mijn verwachting is dat we het draagvlak voor stikstofbeleid kunnen vergroten door meer deugdelijke beoordelingen uit te voeren naar de effecten van activiteiten op de luchtkwaliteit. Meer onderzoek vergroot immers het inzicht.

Misschien is het nog wat te vroeg om conclusies te trekken uit de ‘stikstofcrisis’. De commissie-Remkes heeft weliswaar nog maar net haar advies geformuleerd (en dat geldt ook voor de bevindingen van de commissie-Hordijk), maar wel staat vast dat er de laatste tijd veel te doen is over de depositie van stikstof. Overigens, onze luchtkwaliteit staat de afgelopen jaren sowieso in de belangstelling; onderwerpen als stikstofdepositie, fijnstof en broeikasgassen leiden regelmatig tot debat.

De overheid als waakhond

Wat ik me afvraag is of er sprake is van juridificering van het milieubeleid: de overheid als waakhond die eisen aan het milieu stelt en de regels bepaalt. De klantvragen die bij ons binnenkomen, blijven namelijk vooral beperkt tot de (verplichte) toetsing om te beoordelen of er aan de wetgeving voldaan wordt. Kennelijk voelt men niet de behoefte om de kwaliteit van het milieu te verkennen en de effecten van activiteiten op de kwaliteit in kaart te brengen. “Niet omdat het moet, maar omdat het kan”.


Imago creëren

Met het verschijnen van de adviezen van de commissie Remkes en de commissie Hordijk lijkt het belang van zo’n deugdelijke beoordeling in elk geval duidelijk. Al zien we dit nog niet terug in onze klantvragen. De beoordelingen beperken zich vooral nog tot het minimum dat het wettelijke kader stelt. Vandaar mijn vraag “Mag het een onsje meer zijn?”. Want door bijvoorbeeld het aantal (deel)metingen te verhogen of te meten op meerdere locaties, wordt de betrouwbaarheid van de resultaten aanzienlijk groter.
En juist die extra verkregen zekerheid kan initiatiefnemers stimuleren om maatregelen te treffen die nodig zijn om koploper te worden. En daarmee een positief imago te creëren. Denk aan voormalig DSM-topman Feike Sijbesma die begin dit jaar liet weten dat het chemieconcern alleen nog geld kan verdienen als het duurzaam is: “Duurzaamheid als enige verdienmodel voor de toekomst”. Wat leidt tot een ijzersterke reputatie.


Maatwerk vereist

Kortom, een deugdelijke beoordeling van de effecten van activiteiten op de kwaliteit van het milieu dient zowel het eigen als het algemeen belang. Zo’n beoordeling vereist overigens wel maatwerk: het valt of staat met een juiste analyse, en uitwerking naar een zorgvuldige (meet)strategie en (reken)methodiek . Zo zijn voor de emissies van stikstofoxiden bijvoorbeeld geen fijnmazige ruimtelijke details nodig, waar dit voor ammoniak wel het geval is.

Wilt u weten welke aanvullende maatregelen uw bedrijf kan treffen om de beoordeling van de effecten van activiteiten te verbeteren? Neem dan gerust contact op met één van onze adviseurs.

 

 

Heeft u vragen naar aanleiding van dit blogartikel?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Frits van Arkel
T: +31 61 55 50 96 0
E:frits.vanarkel@tauw.com
LinkedIn