CO2-reductiedoelstellingen al vóór je aanbesteding behalen! Kan dat?

27 september 2019 door
Olle de Geest

Opdrachtgevers willen hun reductiedoelstellingen van broeikasgassen behalen. Ze zien dat een groot deel van de uitstoot van broeikasgassen voortkomt uit hun projecten in de bouw- en GWW-sector. 

Het is dan ook goed en erg logisch om in de opdrachtverstrekking aan bouwbedrijven (lees: de aanbesteding) aandacht te besteden aan de reductie van de milieu-impact die een project heeft.

Wanneer de reductie van broeikasgassen onderdeel is van de aanbesteding leidt dit vaak tot positieve resultaten. Toch valt het mij de laatste tijd op dat we als GWW-sector ook kansen laten liggen om de milieu-impact van een GWW-project verder te reduceren. Zodra de realisatie van een GWW-project wordt aanbesteed, zijn er namelijk al vaak belangrijke keuzes gemaakt die de milieu-impact bepalen.

Reduceer voorafgaand aan de aanbesteding de milieu-impact

Opdrachtgevers maken in de projectvoorbereiding al veel (onbewuste) keuzes die een grote milieu-impact hebben in de realisatie-, gebruiks- en sloopfase van een project. In de Schetsontwerp- en Voorontwerpfase maken opdrachtgevers vaak al belangrijke scope- en ontwerpkeuzes. Tracékeuzes en ruimtebeslag worden vastgelegd en ook op het gebied van dimensionering en materialisatie is vóór de aanbesteding al veel vastgelegd in een ontwerp en het contract. Daarnaast passen diverse opdrachtgevers handboeken toe die tot in detail beschrijven uit welke materialen en constructies GWW-projecten moeten bestaan. Dit heeft als doel dat objecten in onze leefomgeving vanuit standaardisatie eenduidig te beheren zijn of de kosten voor realisatie laag zijn.

Duurzaamheid meenemen in ontwerp

Bij de totstandkoming van deze - vaak verouderde - handboeken of standaardontwerpen is de milieu-impact meestal geen criterium geweest voor de materialisatie, het bouwen en het beheren van objecten als wegen, watergangen, dijken, kunstwerken en groenvoorzieningen.

Het is belangrijk om duurzaamheid, in de vorm van CO2-impact of de MKI-waarde, mee te nemen in het afweegkader van ontwerpvarianten. De benodigde berekeningen kunnen gemaakt worden met DuboCalc of andere daarvoor geschikte software. Ook is het aan te raden om verouderde handboeken niet voor te schrijven maar als richtlijn te gebruiken en om bepaalde ingesleten ontwerpkeuzes ter discussie te stellen en los te laten. Vaak is het mogelijk om, door een andere benadering aan het begin van een project, de milieu-impact van een project flink te reduceren.

Lokale grondstoffen

Voor de realisatie van een dijk wordt vaak grond van ver aangevoerd, zodat de toe te passen grond (klei en teelaarde) voldoet aan belangrijke voorschriften en kwaliteitsklassen. Toch is het zonde om grote hoeveelheden grond te vervoeren, zeker als die vaak ook lokaal beschikbaar is. Bouwbedrijven zoeken vaak naar oplossingen om met lokale grond te werken. Anderzijds zie je dat opdrachtgevers vaak de wens hebben om voor zekerheid te kiezen en daardoor de ‘dijkenklei’ aan laten voeren.

Hoe doe je dit? Een goed voorbeeld

In het project Meanderende Maas hebben we de CO2-impact van ontwerpkeuzes en dwarsdoorsneden van dijkontwerpen berekend en voor de variantenafweging onderzocht welk dijkontwerp de minste CO2-impact heeft. Kortom: ga je voor een constructieve oplossing, oftewel stalen damwanden? Of versterk je de dijk met een grondoplossing, oftewel het aanbrengen van steunbermen en versterking met lokaal gewonnen klei? En wat is dan de winst wanneer je dit met gebiedseigen grond en klei doet vergeleken met het aanvoeren van grond en klei per schip of per vrachtwagen?

Circulaire oplossing in dijkrealisatie

Uit de berekeningen blijkt dat de realisatie van de dijk in het project Meanderende Maas met gebiedseigen grond en klei, ondanks de grote hoeveelheid grondverzet die er voor nodig is, minder CO2-uitstoot met zich meebrengt dan het plaatsen van damwanden. Ook is het een circulaire oplossing, omdat we lokale grondstoffen gebruiken en grond weer eenvoudig te verwijderen en te verplaatsen is. Daarnaast wordt momenteel nog gewerkt aan het verbeteren van de berekeningen, zodat we nog minder grond toe hoeven te passen voor een dijk die wel aan de laatste veiligheidsnormen voldoet. Het voordeel hiervan is dat daardoor zowel de kosten als de CO2-impact voor de realisatie verder gereduceerd worden.

Als je zulke keuzes maakt, ontneem je dan niet de vrijheid van de aannemer?

Door de milieu-impact als zodanig mee te nemen in je alternatievenafweging trek je als opdrachtgever ook een (groot) deel van de verantwoordelijk naar je toe om de gewenste CO2-reductie te behalen. Sterker nog: ik ben van mening dat je dit als opdrachtgever moet doen en bewust moet zijn van de milieu-impact van ontwerpkeuzes die je maakt. Hierdoor heb je ook meer inzicht in de best passende wijze waarop het thema duurzaamheid terug kan komen in de aanbesteding van GWW-projecten.

Daag de markt uit

In het project Meanderende Maas is men in ieder geval bewust van deze keuzes en is het mogelijk om tijdens de aanbesteding aannemers te vragen om het grondverzet (meerdere miljoenen kuubs) zo duurzaam mogelijk uit te voeren. Juist hier kun je de markt uitdagen: wie komt er met de slimste en duurzaamste oplossing om al deze grond te verplaatsen? En wie zorgt er zo voor dat deze duurzame dijk voor de komende jaren weer sterk genoeg is?

In een volgend blog gaat Chantal Schrijver in op de beheerfase van GWW-projecten. Deze fase is vaak nog onderbelicht in GWW-projecten en wordt in sommige aanbestedingen zelfs buiten de scope van de berekeningen en analyse van de milieu-impact gehouden. Ook hier valt nog veel te behalen!

 

Heeft u vragen over dit blogartikel?

Onze adviseurs staan voor u klaar!

Olle de Geest
T: +31 61 12 83 68 8
E:olle.degeest@tauw.com
LinkedIn