Een betere fysieke leefomgeving begint bij betere taal!

Joost de Jong

Wat is dat toch met beleidsmakers, adviseurs en bestuurders? Zodra ze officiële documenten, rapporten en beleidsvisies opstellen, worden de teksten onnodig wollig en moeilijk. Daar stoor ik me erg aan. Tegelijkertijd geniet ik als er soms een pareltje van omslachtige tekst tussen zit. Hoe komt het toch dat veel mensen zo schrijven? Past simpeler schrijven niet bij de doelen van de Omgevingswet?

Opleiding voor wollig taalgebruik
Tijdens mijn studie ben ik geschoold om moeilijk te schrijven. We bestudeerden wollige beleidsdocumenten en docenten vertelden tijdens hoorcolleges alsof ze een ingewikkeld artikel voorlazen. En daarbij gold schijnbaar de regel des te moeilijker, des te intelligenter. Samen met een studiegenoot had ik veel plezier om ingewikkelde zinnen te schrijven voor onze essays en werkstukken. Vooral omdat we wisten dat het bij de docent in de smaak viel. Toch studeerde ik geen literatuurgeschiedenis of poëzie, maar planologie.

Tijdens mijn werk kwam ik erachter dat als je alles simpeler opschrijft er nog steeds hetzelfde staat. En dat het zelfs krachtiger overkomt. Maar het kostte mij wel tijd om het wollige taalgebruik van me af te schudden. Wat schrijfworkshops en ervaringen met schrijfwerk voor een breed publiek hielpen mij daarbij.

Versimpelen
De wetgever bedacht de Omgevingswet om het beheer en de inrichting van onze leefomgeving te versimpelen. Een van de verbeterdoelen van de wet is ‘de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht te vergroten’. Ook stelt ‘het stelsel van de Omgevingswet de gebruikers centraal’.

Verschillende zaken dragen daaraan bij. Eén wet in plaats van 26. Voor bewoners en bedrijven met één klik inzicht in alle (ruimtelijke) geboden en verboden voor een locatie. Eén omgevingsplan dat tientallen en soms wel honderden bestemmingsplannen en verordeningen in de gemeente vervangt. Geweldig!

Kromtaal
Maar volgens mij is er wel te weinig aandacht voor taal. Voordat we het in de gaten hebben, verdwalen die zogenaamde gebruikers in een mist van kromtaal en onbegrijpelijk jargon. Wat zegt de volgende zin uit een omgevingsvisie van een gemeente in het midden van land nou eigenlijk?

‘Belangrijk is dat het plangebied uiteindelijk naadloos verbonden is met de stad als totaal. Dit wordt bereikt door het aanhechten van doorgaande verbindingen en structuren en door het herstellen van de stedelijke maaswijdte (de doorwaadbaarheid) in het gebied.’

En wat bedoelt (de adviseur van) het Rijk nou met ‘verschuivende panelen in de energieke samenleving’?

Betere participatie
Laten we nou écht de inzichtelijkheid en het gebruiksgemak vergroten door duidelijk en simpel onze beleidsstukken, adviezen en visies te schrijven. Dat helpt de ‘gebruiker’ en het helpt om integraler te werken. Alleen door heldere teksten verstaan ambtenaren en adviseurs met verschillende specialismen elkaar. Zonder dat we elkaar begrijpen, kunnen we geen integrale afweging maken. En het is natuurlijk logisch dat het zorgt voor betere participatie. Kortom; een betere fysieke leefomgeving begint bij betere taal!

Meer informatie?

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Joost de Jong
T: +31 61 10 78 42 9
E:joost.dejong@tauw.com
LinkedIn
Joost de Jong