Liever geen eind aan afval

Jurgen Ooms

Voor een adviseur circulaire economie is de titel van deze blog wellicht een beetje raar, want ik probeer zo veel mogelijk materialen in de kringloop te houden. Een eind aan afval betekent toch dat er meer materialen als grondstof gebruikt kunnen worden? Toch pleit ik er voor om materialen niet in de einde-afvalfase te krijgen. Niet omdat dat technisch niet kan, maar omdat het wettelijk gezien nogal lastig is. In deze blog probeer ik dit stukje zeer complexe wetgeving over afvalstoffen duidelijk te maken. Om einde-afvalfase uit te leggen eerst wat achtergrond over het etiket ‘afval’.

Gevolgen van het etiket afval
Als ik het heb over de gevolgen van afval, dan heb ik het niet over de milieugevolgen want die kennen we allemaal wel (storten, verbranden, materiaalverlies). Nee, ik heb het over de wettelijke gevolgen van het etiket ‘afval’ op een materiaal. Soms zijn die gevolgen vele malen groter en leiden er soms toe dat een reststof laagwaardiger wordt gebruikt dan nodig. Waar loop je als bedrijf tegenaan als je afval in je bezit hebt?
Een afvalstof mag je volgens de Wet milieubeheer alleen afgeven aan een afvalinzamelaar. Een afvalinzamelaar moet aan strenge voorwaarden voldoen. Zo moet een afvalinzamelaar bijna altijd een milieuvergunning aanvragen. In deze vergunning staat vermeld welke afvalstoffen de inzamelaar mag accepteren en onder welke voorwaarden. Zelfs wanneer het bedrijf verder onder het activiteitenbesluit valt, moet een afvalinzamelaar vaak een milieuvergunning aanvragen. Dit kost veel tijd en kan aardig in de papieren lopen.
Als de inzamelaar jouw afvalstoffen mag accepteren, moet hij nog wel voldoen aan een reeks voorwaarden. De afvalverwerker is verplicht om:

  • het accepteren en verwerken uit te voeren volgens het vastgelegde acceptatie- en verwerkingsbeleid (A&V beleid)
  • een Administratieve Organisatie en Interne Controle (AO/IC) op te zetten
  • te zorgen dat de juiste begeleidingsbrieven bij de transporten aanwezig zijn
  • binnenkomende afvalstoffen te melden bij de overheid (LMA)
  • bij import en export aan additionele eisen te voldoen.

Het is dan ook niet vreemd dat de meeste bedrijven in Nederland geen afvalstoffen mogen accepteren. Je haalt je nogal wat op de hals als bedrijf. Ter illustratie een voorbeeld: Bij één vestiging van een klant van ons kwam in het bedrijfsproces een zuur vrij. Dit zuur werd altijd als afvalstof afgevoerd naar een verwerker. Tegelijkertijd kocht een andere vestiging van dezelfde klant zuur in om het afvalwater in hun waterzuivering te neutraliseren. Het was dus logisch om de vrachtwagens met zuur naar de andere vestiging te laten rijden in plaats van naar de verwerker.

Omdat de tweede vestiging echter geen vergunning had om afvalstoffen te accepteren, ging dat feestje niet door. De kosten van het vernietigen van een paar vrachtwagens met zuur per jaar waren veel kleiner dan de kosten voor het aanvragen van een vergunning voor het accepteren van afvalstoffen op de tweede vestiging. Nog afgezien van het imago dat zou kunnen ontstaan. Naast de wettelijke bezwaren hebben veel bedrijven ook bezwaar tegen het beeld dat ontstaat als je als bedrijf te boek komt te staan als afvalverwerker. Naast het beeld dat kan ontstaan in de publieke opinie (ze mengen daar misschien wel afvalstoffen bij in hun product) brengt het stempel ‘afvalverwerker’ vaak ook het vergrootglas van de handhaving met zich mee.

Einde afval? Liever niet.
In de wet bestaat de mogelijkheid om van een afvalstof een niet-afvalstof te maken. Het materiaal komt dan in de einde-afvalfase. Dit kan door de in artikel 6 van de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen (KRA) gestelde mogelijkheden (in Nederlandse wetgeving omgezet via artikel 1.1 lid 6 van de WM). Nadeel hiervan is dat er een ‘handeling van nuttige toepassing’ moet worden toegepast op de afvalstof en dat er moet worden voldaan aan een aantal voorwaarden. In de regel wordt een dergelijke ‘handeling van nuttige toepassing’ alleen uitgevoerd door een afvalverwerker. Het materiaal moet dan van de producent naar een afvalverwerker en valt voor dat deel van de keten in het afvalregime.

Vervolgens moet er een besluit over einde-afvalfase komen. Dat besluit kan alleen genomen worden door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. In praktijk is het ministerie hier zeer terughoudend in. Het enige geval dat ik ken is dat van puingranulaat. Als u als bedrijf bij het ministerie aanklopt, dan zal dat in de praktijk waarschijnlijk weinig opleveren. De enige uitweg in dat geval is om te procederen via de bestuursrechtelijke weg bij aanvraag van een milieuvergunning of een EVOA kennisgeving. De rechter (Raad van State) neemt dan een besluit omtrent de einde-afvalstatus.

Hieronder is schematisch weergegeven hoe de einde-afvalfase in elkaar zit. Linksonder is bij een recycler de ‘handeling van nuttige toepassing’ uitgevoerd waardoor het label ‘afval’ vervalt. In de praktijk hoeft het materiaal natuurlijk niet als ruwe grondstof in dezelfde keten te worden teruggebracht. Wij kijken juist geregeld naar andere ketens om materialen opnieuw in te zetten.

Een voorbeeld van het toepassen van de einde-afvalfase is poederkoolvliegas dat door de Vliegasunie wordt geleverd aan betonmortelproducent Mebin. Mebin kan het vliegas dat zij krijgt van de Vliegasunie zonder extra bewerkingen inzetten als grondstof voor haar betonmortel. Maar het bevoegd gezag vond dat het poederkoolvliegas dat door de Vliegasunie werd geleverd een afvalstof was. Mebin moest dus een A&V en AO/IC beleid opstellen. Mebin was het hier niet mee eens en het kwam tot een rechtszaak waarin de rechter tot een uitspraak kwam waarin Mebin gelijk kreeg. Door de handelingen van de Vliegasunie ontviel het karakter van afvalstof aan het vliegas.
Hoewel deze weg wel tot rechtszekerheid leidt, is het een lange en omslachtige weg: in het geval van Mebin duurde de rechtszaak anderhalf jaar.

Op zoek naar andere oplossingen
Einde-afval blijkt in Nederland dus geen prettig werkbare route te zijn. Maar wat is dan wel een werkbare route? Daarover meer in mijn volgende blog. Mocht u nu al met een reststroom zitten waar u meer waarde in ziet en die u niet naar een afvalverwerker wilt brengen, bel me dan zodat ik u wellicht verder kan helpen.

           

 

Meer informatie?

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Jurgen Ooms
T: +31 65 31 66 74 8
E:jurgen.ooms@tauw.com
LinkedIn
Jurgen Ooms