Ruimte voor de uil – Ruimte voor de rivier

15 mei 2020

Naar geschikt leefgebied in het kader van dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsontwikkeling.

De natuur is in volle gang, terwijl Nederland in ‘intelligente lockdown’ verkeert. Voor ecologen is dit hét seizoen om naar buiten te gaan. De ecologen van Tauw onderzoeken en beschermen dieren en planten bij zeer uiteenlopende projecten. Deze blogreeks neemt je mee op pad met de ecoloog. Elke blog laat een stukje zien van wat de ecoloog ziet, hoort en onderneemt, om ontwikkelingen door te kunnen laten gaan maar daarbij de natuur te beschermen!



De zon is zojuist ondergegaan. Ecoloog Bram Rijksen rijdt in de schemer over de dijk in het plangebied langs de Maas. Hij brengt de leefgebieden van beschermde soorten in kaart in het kader van de voorgenomen dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsontwikkeling. De schemer is hét moment waarop veel dieren actief worden, waaronder de uilen, het onderwerp van deze avond. Bram hoopt dat de uilen vanavond weer van zich laten horen.      

De tijd voor het uilenonderzoek is beperkt. Ze roepen vooral in de eerste uren na zonsondergang. Ook de tijd van het jaar is belangrijk; eind februari begint de steenuil al met het afbakenen van zijn territorium, vanaf maart komen de rans- en de kerkuil in actie. Zodra de eieren gelegd zijn en de uilen broeden, worden de uilen rustiger en roepen ze minder waardoor de trefkans afneemt.

Dijkversterking en ruimte voor de rivier

Binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is de urgentie van de dijkversterking van het dijktraject opgenomen. Daarnaast hebben het Rijk en de regio in het Deltaprogramma Maas het voornemen de waterveiligheid te borgen door dijkversterking te combineren met rivierverruiming. De ambitie en opgave is om de gebiedsontwikkeling integraal op te pakken, zodat de kansen op het gebied van economie, recreatie, waterkwaliteit en natuurontwikkeling benut worden.

Om de dijken langs de Maas te verbeteren, de rivier meer ruimte te geven en het gebied te ontwikkelen, moet een aantal (baken)bomen en gebouwen wijken. Tauw verzorgt de soortenonderzoeken in het kader van de Wet Natuurbescherming, waaronder dit uilenonderzoek. Omdat elke soort op een ander moment in het jaar en gedurende de dag of nacht actief is, brengen diverse Tauw-ecologen op verschillende momenten de aanwezigheid van uilen, bevers, dassen, vleermuizen, kamsalamanders en grote modderkuipers in beeld.

Spannend leefgebied

Afgelopen winter heeft Bram al geïnventariseerd of dit een geschikt leefgebied is voor diverse uilensoorten. Zo zijn oude kraai- of eksternesten geschikte verblijfplaatsen voor de ransuil, en bouwen de steen- en kerkuil graag een nest in een oude schuur of nestkast. Deze verblijfplaatsen zijn door de Wet Natuurbescherming jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen.

Tijdens deze zoektocht naar geschikte verblijfplaatsen kwam Bram ook andere dieren tegen. Zo stond hij oog in oog met een bever. “Ik struikelde bijna over een bever die langs de waterkant zat te tukken. Normaal duikt een bever het water in en is hij weg. Maar nu stapte hij rustig het water in en bleef tegen de stroom inzwemmen, met precies zo’n snelheid waarmee hij op dezelfde plek in het water bleef liggen. Zo bleef hij mij vanaf een paar meter afstand rustig aankijken. Zo’n bijzonder moment!”

Er komen veel meer beschermde soorten voor in het gebied. De vele sporen van bevers en dassen zijn opvallend. Bram: “Dat was 20 jaar geleden echt uitzonderlijk, een teken dat het met die soorten nu in ieder geval veel beter gaat.”

Bram stopt in de buurt van de oude schuur waar hij de aanwezigheid van een steen- of kerkuil verwacht. Hij zet de motor uit, dooft de koplampen en wacht op de spontane roep van een uil. Bram vertelt: “Het is altijd wel een beetje spannend om ’s nachts op pad te zijn. Je trekt de aandacht van omwonenden door hier in het donker te gaan staan. Ze zijn wel geïnformeerd, maar toch komt het regelmatig voor ze het niet helemaal vertrouwen en een kijkje komen nemen. De meeste omwonenden zijn gelukkig vooral nieuwsgierig, geïnteresseerd en willen graag helpen. Maar soms kan het best bedreigend zijn. Daarom is het belangrijk om niet alleen op pad te gaan.”

Roep in de nacht

Na tien minuten wachten heeft Bram helaas nog geen roep van een uil gehoord. De volgende stap is het afspelen van een uilenroep op zijn telefoon, versterkt door de speakers van de autoradio. Negen van de tien keer reageert de uil daar wel op. Bram vertelt waarom hij liever geen roep uitlokt: “Het nadeel hiervan is dat territoriale uilen dan vaak naar je toe komen vliegen. Op zich een prachtig beeld, een steenuil naast je auto, maar het geeft de uil wel stress. Daarnaast weet je dan niet precies waar de uil vandaan komt. Maar het geeft wel meer zekerheid over de aanwezigheid van uilen.

Na middernacht heeft Bram het traject van een aantal kilometers afgelegd en alle vermoedelijke verblijfplaatsen gecheckt. Hij heeft vanavond minder uilen gehoord dan gehoopt, iets meer dan de helft vergeleken bij eerdere bezoeken. Maar in combinatie met de resultaten van de twee eerdere onderzoekrondes heeft hij inmiddels toch een goed beeld van de situatie gekregen. De steenuil heeft vanavond wel van zich laten horen met zijn katachtige mauwende roep. En ook de onopvallende zuchtende roep van de ransuil is het scherpe gehoor van Bram niet ontschoten.

Mitigatie- en compensatieplan

Het veldonderzoek naar de uilen is nu klaar. De meeste uilen zitten binnendijks, maar een aantal ook buitendijks. Tauw adviseert over de vervolgstappen die nodig zijn om met de uitvoer te starten. Maar voor het zo ver is, zullen ook alle andere onderzoeken naar beschermde soorten afgerond moeten zijn. 

Heeft u vragen over dit blogartikel?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Susanne Boon
T: +31 61 51 79 01 6
E:susanne.boon@tauw.com
LinkedIn