De toegevoegde waarde van water in de stad

Op woensdag 3 juni vond het event ‘Waarheen met water in de stad?’ plaats. Dit event werd georganiseerd door STOWA, Unie van Waterschappen en Tauw. Het was een inspirerende bijeenkomst waar mensen met diverse professionele achtergronden op afkwamen.

‘Durf op weg te gaan en start met de emotie. Durf dit ook te verbinden met je eigen ervaringen en leefomgeving. De feiten en oplossingen komen dan vanzelf aan de orde in het goede gesprek met elkaar’, was wat dijkgraaf Alfred van Hall na een inspirerende discussie over het waterbeheer in de stad nog kwijt wilde.

De bijeenkomst werd georganiseerd bij Waterschap Vallei en Veluwe in Apeldoorn, en had als doel om vanuit verschillende invalshoeken over het onderwerp ‘Waarheen met water in de stad?’ te praten. Joost Buntsma, directeur van STOWA, was dagvoorzitter. De diversiteit van de aanwezigen en de vrije setting leverde goede discussies en leuke reacties op.

Inhoud

Al tijdens de plenaire inleiding kwam de inhoudelijke discussie goed op gang. Voorafgaand aan die discussie gaf watergraaf Stefan Kuks (waterschap Vechtstromen) een verfrissende inleiding over maatschappelijke ontwikkelingen op technisch, financieel en sociaal vlak. Hiltrud Pötz volgde met een inspirerend verhaal over waterduurzaamheid en de vele pilots die hierin al tot uitvoering zijn gebracht. De discussie werd daarna in parallelsessies voortgezet (geleid door Hasse Goosen van Alterra, Hugo Gastkemper van Rioned en Simon Troost van Tauw), om tot slot plenair samen te vatten en af te sluiten.

Tijdens de sessies zijn diverse onderwerpen aan bod gekomen. Zo werd er gesproken over succesfactoren om tot werkelijke acties te komen wat betreft de vraag ‘Waarheen met water in de stad?’. Het persoonlijke lef van betrokken bestuurders en/of deskundige kwam hierbij met stip op één. Dit geldt voor het concreet maken van de opgave én de continuïteit van het project.

Veel organisaties stellen de vraag of ze zich in crisistijd moeten beperken tot hun kerntaken. Marga Kool, dijkgraaf van waterschap Reest en Wieden, constateerde dat een kerntaak veelal gezien wordt als “iets waar je probleemhebber van bent, maar tevens oplossingen voor kan realiseren”. Als partijen zich hierin niet herkennen, ontbreekt de betrokkenheid. Het gaat er niet om dat kerntaken uitgevoerd worden, maar dat er nagedacht wordt over welke toegevoegde waarde een instantie kan bieden. De kerntaakdiscussie kan dus maatschappelijk verlammend werken.

Tenslotte bleek dat er veel innoverende pilots gedraaid worden. Toch blijft de stap naar verandering van structurele werkzaamheden moeilijk. Bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier spreken ze nu van prototype in plaats van pilots. Een eenvoudige naamsverandering die leidt tot een andere mindset.

Aanleiding en hoe nu verder

Met deze bijeenkomst werd opvolging gegeven aan het diner-debat dat oktober afgelopen jaar plaatsvond in het EYE filminstituut in Amsterdam. Die avond spraken de deelnemers uit dat zij verschillende partijen meer willen verbinden om integraal het vraagstuk van water in de stad aan te pakken.

De deelnemers van afgelopen event spreken binnen een week uit hoe ze een eventueel vervolg willen geven aan deze bijeenkomst.

Contactpersoon: Gerard Pragt