Komt een integrale aanpak van grootschalige grondwaterverontreiniging dichterbij?

De inwerkingtreding van paragraaf 3b van hoofdstuk IV van de Wet bodembescherming moet de gebiedsaanpak van grootschalige bodemverontreiniging beter mogelijk maken. Gerrit Kremers, juridisch adviseur omgevingsrecht bij Tauw en nauw betrokken bij de toepassing van het bodembeschermingsrecht, heeft zich in een artikel in het Tijdschrift voor Bouwrecht de volgende vraag gesteld:

In hoeverre is vanuit de Wet bodembescherming een integrale aanpak van grootschalige grondwaterverontreiniging - waarbij naast de bodemkwaliteit ook andere aspecten in verband met het gebruik, de ontwikkeling of het beheer van de bodem in de besluitvorming kunnen worden betrokken - dichterbij gekomen?

Gerrit: “Hier snijdt het mes aan twee kanten. Enerzijds wordt de bodemkwaliteit verbeterd en anderzijds krijgen ruimtelijke ontwikkelingen betere ontplooiingskansen. Over het algemeen ben ik positief gestemd. In de wet worden brede marges gegeven voor de aanwijzing van grondgebieden die in aanmerking komen voor een gebiedsaanpak. Daarnaast is de ruime beoordelingsvrijheid van het bevoegd gezag geschikt om een brede bestuurlijke afweging te maken. Maar er is meer nodig om een gebiedsaanpak tot een succes te maken. Het uitgangspunt van vrijwillige participatie en het gebrek aan adequate handhavingsmiddelen trekken een zware wissel op de uitvoerbaarheid, respectievelijk de naleving van een gebiedsaanpak. Door het draagvlak onder bedrijven te vergroten, kan de vrijblijvendheid worden bestreden. De interesse van bedrijven kan groeien door - in aanvulling op de overdracht van publiekrechtelijke verantwoordelijkheid - heldere afspraken te maken met de gebiedsbeheerder over de consequenties van de gebiedsaanpak voor de privaatrechtelijke positie van bedrijven.”

Bekijk hier het volledige artikel >>

Contactpersoon: Gerrit Kremers