Monitoringplan voor biodiversiteit in gemeente Haarlem

De gemeente Haarlem wil in 2030 een duurzame, klimaatneutrale, diverse, vitale stad zijn met een hoge ecologische waarde en biodiversiteit. Om te onderzoeken of de ambities en maatregelen een positief effect hebben op de biodiversiteit, heeft Tauw voor de gemeente een monitoringsplan voor biodiversiteit opgesteld.

02 september 2020

Ecologische inrichtings- en beheermaatregelen

Op het gebied van biodiversiteit heeft gemeente Haarlem al de nodige stappen gezet. Sinds 2013 werkt de gemeente met een Ecologisch beleidsplan, waarin een visie en doelstellingen zijn uitgewerkt om de ecologische waarden en biodiversiteit in de stad te verbeteren. Hierin zijn onder meer belangrijke ecologische hotspots en ecologische verbindingszones aangewezen.

Ook in de praktijk werkt Haarlem aan de uitvoering van ecologische inrichtings- en beheermaatregelen. Zo is op meerdere plekken in de stad ecologisch bermbeheer uitgevoerd en zijn bloemrijke bermen aangelegd. Verder werkt de gemeente aan de omvorming van een bosplantsoen en worden er poelen, een ijsvogelwand, eendentrappen en een eekhoornbrug gerealiseerd.

 

Stand van de biodiversiteit

Met ecologisch beleid en beheer is de gemeente dus goed op weg. Maar hebben de ambities en maatregelen ook daadwerkelijk effect op de stand van de biodiversiteit? En hoe staat het er überhaupt voor met de algemene biodiversiteit in de stad? Om deze vragen te beantwoorden is Tauw samen met de gemeente aan de slag gegaan om een monitoringsplan op te stellen: een plan waarin is uitgewerkt hoe de stand van de  biodiversiteit in de stad de komende jaren gemeten kan worden.

Monitoring van biodiversiteit, dat klinkt misschien eenvoudig. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Welke planten- en diersoorten moet je dan inventariseren? En waar doe je dat, met welke inspanning en frequentie en door wie? En wat kun je vervolgens met de resultaten? Op al deze vragen wordt in het monitoringsplan een duidelijk antwoord gegeven.

 

Methoden voor monitoren biodiversiteit

Voor het monitoren van biodiversiteit zijn diverse methoden beschikbaar. Soms heel specifiek, gericht op één soortgroep en alleen uitvoerbaar door specialisten. Maar er zijn ook methoden die een meer algemeen beeld geven en eenvoudig door bijvoorbeeld bewoners of scholieren kunnen worden uitgevoerd.

In de eerste stap hebben we samen met de gemeente de verschillende beschikbare monitoringsmethoden op een rij gezet. Vervolgens zijn we met de gemeente in gesprek gegaan om te bepalen welke methoden het best aansluiten bij hun wensen en eisen.

Dit heeft geleid tot een selectie van vier verschillende methoden die elkaar aanvullen en gezamenlijk een zo volledig mogelijk beeld van de biodiversiteit binnen de gemeente schetsen. Voor elk van deze methoden is in het monitoringsplan uitgewerkt waar gemeten moet worden (bijvoorbeeld in welke hotspots, potentiezones en andere groen- en waterzones), wanneer, hoe vaak en door wie.

  1. Meetnet Urbane Soorten (MUS)
    Het Meetnet Urbane Soorten (MUS) werd al in Haarlem toegepast om broedvogels in het stedelijk gebied te inventariseren. De telling wordt uitgevoerd door vrijwilligers; de resultaten worden verzameld en beheerd door SOVON. Vanuit het monitoringsplan koopt de gemeente de data van het MUS nu iedere drie jaar in en verwerkt deze in de datasystemen, zodat een goed beeld ontstaat van de trend en ontwikkeling van stadsvogels.

  2. Bijeninventarisatie
    Met de Bijeninventarisatie is de gemeente meteen dit voorjaar gestart. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de expertise van Kenniscentrum voor insecten (EIS). De ecologen van EIS gaan eens in de twee jaar drie keer per jaar op pad om 30 vooraf geselecteerde plekken in de stad te onderzoeken, verdeeld over hotspots, potentiegebieden en andere groenzones. Daarbij worden alle aanwezige bijensoorten en de aantallen in beeld gebracht.

    Naast inzicht in de gemeentelijke bijenpopulatie geven de resultaten ook een goede indicatie van de plantendiversiteit, het succes van ecologisch beheer (van bijvoorbeeld bermen en parken) en de aaneengeslotenheid van groenstructuren. Ook zijn de inzichten in de bijenpopulatie goed bruikbaar in de communicatie met bewoners over de stand van de natuur.

  3. Ecoscans water en oever
    De biodiversiteit in de stadswateren wordt in kaart gebracht door middel van Ecoscans. Ecoscans zijn een iets aangepaste versie van het Ecologisch Beoordelingssysteem voor stadswateren, ontwikkeld door STOWA. De uitkomst laat zien of het water schoon is, of er veel soorten voorkomen en wat de beleefbaarheid is.

    Tijdens het veldonderzoek naar water- en oeverplanten wordt ook gekeken naar de voorwaarden voor begroeiing, zoals beschoeiing, steilheid van de oever, sliblaag en doorzicht. Tauw werkt momenteel aan een plan om in aanvulling hierop ook de insecten in de oever te tellen, en heeft al opdracht gekregen om deze monitoring van de waternatuur vanafvolgend jaar ook om het jaar uit te voeren.

  4. Meetlat Biodiversiteit
    De meetlat Biodiversiteit monitort op vier indicatoren voor biodiversiteit: bosgemeenschap en structuurvariatie, gradiënten en watergebonden indicatoren, planten, en schuilplekken en verplaatsingsmogelijkheden. Dit gebeurt aan de hand van een vragenlijst over bijvoorbeeld het aantal soorten, de gelaagdheid van de vegetatie en de helderheid van het water. De gemeente onderzoekt momenteel samen met IPC en Natuur en Milieu Educatie de mogelijkheden om de Meetlat Biodiversiteit onderdeel te maken van het lesprogramma van basisscholen.

 

Toewerken naar verder herstel en versterking

Met het monitoringsplan heeft de gemeente een goed instrument in handen om de stand van de biodiversiteit in beeld te brengen, en door de tijd heen te volgen. Bovendien geven de resultaten inzicht in waar aanpassing van beleid en beheer gewenst is. Zo kan de gemeente de komende jaren toewerken naar verder herstel en versterking van de biodiversiteit.

“We konden rekenen op een prettige samenwerking met de ecologen van Tauw, waarbij heel goed werd meegedacht met onze wensen", aldus Eline Hin van de gemeente Haarlem. "Met het monitoringsplan hebben wij een methode in handen die de komende jaren een goed beeld kan geven van de status van de Haarlemse biodiversiteit, door de verschillende soortgroepen en karakteristieken van de ecosystemen die hierin worden meegenomen.”


Welke gemeente volgt?

 

Zie ook onze blog: Herstel van de populatie wilde bijen: maak de cirkel rond!

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Saskia Wijte
T: +31 64 69 04 98 6
E:saskia.wijte@tauw.com
LinkedIn
Array
(
    [MIGX_id] => 2
    [MIGX_formname] => block__empty
    [random] => 
    [hidden_ro] => 
    [voorbeeld_ro] => 
    [_this.value] => plaats een afbeelding in:../static/default/media/images/blockinfo/block__empty.jpg
    [voorbeeld] => plaats een afbeelding in:../static/default/media/images/blockinfo/block__empty.jpg
    [_alt] => 1
    [_first] => 
    [_last] => 1
    [idx] => 2
    [property.tvname] => migx_holder
    [property.tpl] => @FIELD:MIGX_formname
    [property.where] => {"hidden:!=":"0"}
    [_tpl] => 
)