Ontwikkeling en realisatie van Tauw’s Slibremmer en Baggerbuffer

De aanwassnelheid en mobiliteit van slib vormen een uitdaging voor het beheer en onderhoud van ondiepe veenplassen in Nederland. De baggeraanwas wordt door verschillende factoren bepaald, waaronder oevererosie, veenafbraak, interne productie van organisch materiaal, aanvoer van gebiedsvreemd water en run-off. Om de waterkwaliteit van deze plassen te verbeteren heeft Tauw de Baggerbuffer en Slibremmer ontwikkeld.

De veenrijke slibdeeltjes zijn zeer volumineus en worden vanwege de beperkte waterdiepte onder invloed van wind en golven in suspensie gebracht en gehouden. Hierdoor worden waterplanten in hun groei belemmerd. In één van de grootste aaneengesloten veenweidegebieden van West-Europa, het Wormer- en Jisperveld, zijn innovatieve en duurzame maatregelen genomen om de hydrodynamica te verlagen en de opwerveling van slib te verminderen. Met het verlagen van de troebelheid en aanleggen van luwtezones is de lokale waterkwaliteit verbeterd en de biodiversiteit toegenomen.

Slibremmer en Baggerbuffer

Tauw heeft twee lichtgewicht geotextiel constructies ontwikkeld, om de mobiele slibdeeltjes af te vangen, de verspreiding van slib te beperken en sediment onder water op te slaan: De Slibremmer en Baggerbuffer.

Baggerbuffer De Slibremmer bestaat uit een (slib)scherm van geotextiel dat op de bodem is verankerd met een gemodificeerde Geotube® en door twee drijvers wordt opgespannen. Tussen de twee drijvers zijn afstandhouders aangebracht, zodat de beschikbare ruimte opgevuld kan worden met baggerspecie.
De Baggerbuffer heeft een enkele drijver. Het scherm wordt onder water aan houten palen verankerd, om zo de opslag van bagger achter het scherm mogelijk te maken. De constructies zijn eenvoudig te installeren, daarnaast zijn ze prima bestand gebleken tegen stormsituaties.

In maart 2013 is een pilot uitgevoerd om de Baggerbuffer te testen. Hierbij is achter een scherm van 50 meter circa 500 kuub baggerspecie aangebracht. Binnen enkele weken kwam vegetatie tot ontwikkeling en aan het einde van de zomer was de totale oppervlakte bedekt (voornamelijk riet en lisdodde). Door deze vegetatieontwikkeling is er een natuurlijke afdeklaag ontstaan voor de licht verontreinigde bagger die hieronder ligt opgeslagen. De komende jaren zal deze natural cap verder in dikte toenemen en een permanente afdeklaag vormen.

Veelbelovende resultaten

In januari 2014 zijn vier sliblemmers van elk 25 meter in lengte haaks op de stromingsrichting geplaatst om de stromingsrichting en stroomsnelheid te beïnvloeden. Aan de luwtezijde van de constructie kan het slib neerstrijken en door het scherm wordt de verdere verspreiding van slib tegen gegaan. Uit modelberekening is gebleken dat gedurende stormsituaties de zwevende stofconcentratie met circa 20% tot 40% in de betreffende plas wordt verlaagd.

Verder is uit waterdieptemetingen van het afgelopen jaar gebleken dat aan de luwte- of lijzijde van de slibremmer de slibdikte significant is toegenomen. Enkele decimeters over een oppervlakte van ruim 1 hectare. Daarnaast heeft zich, als gevolg van het opspattende water, een bijzondere plantengemeenschap bovenop de slibremmer ontwikkeld. In totaal zijn de afgelopen zomer 37 verschillende soorten waargenomen, waaronder de soort Heemst die al 30 jaar niet meer was waargenomen in het gebied.

Van pilot naar grote verondiepingen en vooroevers

Bovengenoemde pilots hebben geresulteerd in de realisatie van een maatregelenpakket om de waterkwaliteit van de grote plassen te verbeteren. Deze winter is er in totaal circa 2,5 kilometer aan geotextielconstructies aangebracht. Ook is er circa 15.000 kuub licht verontreinigd sediment hydraulisch gebaggerd en achter de Baggerbuffer constructie verwerkt om verondiepingen en vooroevers of kleine eilanden (tot 1 hectare) aan te leggen. Met het verondiepen van deze luwtezones wordt de ontwikkeling van ondergedoken waterplanten gestimuleerd. Dankzij deze nuttige toepassing van baggerspecie is het goed mogelijk gebleken om de hydrodynamica van dit gebied te veranderen, de natuurwaarden te vergroten en de onderhoudskosten tot een minimum te beperken. In april is het project opgeleverd en het monitoringsprogramma voor de komende jaren gestart.

Kortom, uit modellering van hydrodynamische en ecologische eigenschappen van de ondiepe veenplassen van het Wormer- en Jisperwater is gebleken dat fysieke barrières en luwtestructuren als no regret maatregel ingezet kunnen worden voor het verbeteren van de omgevingskwaliteit van dit natuurgebied. Nautische knelpunten (ondieptes) zijn weggenomen en in de luwtezones is vegetatie ontstaan. Door het combineren van verschillende elementen is het gelukt om synergie te creëren tussen natuurherstel, waterkwaliteitsverbetering, onderhoud en recreatie.

Contactpersonen: Chiel Lauwerijssen en Gustav Egbring