Prinsjesdag-analyse: extra investeringsruimte vraagt wel om duurzamere kaders

Het was een unieke Prinsjesdag. Hoedjes maakten plaats voor mondkapjes en op een alternatieve locatie was het programma soberder dan normaal. Dat betekent niet dat de hand op de knip gaat. In plaats van bezuinigingen is er alle ruimte voor investeringen. Zo worden miljarden naar voren gehaald om (bouw)projecten te versnellen. Dat brede pakket is hoopvol, het biedt duurzame kansen in de crisis. Maar om Nederland echt milieuvriendelijker, toekomstbestendiger en klaar te maken voor de nieuwe economie, zijn er op een aantal vlakken nog wel gerichtere voorwaarden nodig.

17 september 2020

Anno Drenth, Marco Bastiaanssen en Mark in ’t Veld lazen de miljoenennota met interesse. Als consultants zijn zij vanuit Tauw betrokken bij vele projecten op het gebied van duurzaamheid, milieu, veiligheid en ruimtelijke ontwikkeling bij overheden en industrie. Om duurzaam te groeien is het volgens hen van belang dat er echt over deze crisis heen naar de toekomst wordt gekeken en gewerkt wordt aan perspectief voor alle generaties. Dus niet alleen richten op economische groei op korte termijn, maar vooral op structurele veranderingen. Die kansen zijn er, maar daarvoor doet het drietal nog wel een aantal pleidooien.

Pleidooi 1: Stel scherpe en duurzame voorwaarden aan het groeifonds

Het groeifonds van 20 miljard euro voor grote projecten is een welkome opsteker. Vanuit duurzaamheid kan dit ‘Wopke-Wiebes’-fonds een belangrijke aanjager zijn om Nederland ook echt te laten groeien, maar dan is er wel een goede toetsing nodig met de focus op duurzaamheid. Dat ontbreekt nu nog in de plannen. De samenstelling van de beoordelingscommissie weerspiegelt nog niet de ambitie om echt toe te werken naar een toekomstbestendig Nederland en een nieuwe en duurzame economie. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor het groeifonds mogen wat ons betreft daarom best wat strakker worden gesteld en echt sturen richting een duurzame samenleving en nieuwe economie. Die kansen zijn er wel degelijk, maar omdat de heldere voorwaarden nu ontbreken, schuilt daar een zeker risico in.

Pleidooi 2: Benut ‘moeilijke’ locaties op een duurzame manier voor maatschappelijke doelen

Het is vanuit de kansen op de korte termijn positief dat het kabinet investeringen in de infrastructuur en de woningbouw naar voren haalt. Met de tweede tranche voor de woningbouwimpuls, wil het Rijk investeren in ‘moeilijke’ locaties. Denk hierbij aan locaties waar zaken spelen als bodemverontreiniging of uitplaatsing van bedrijven. Dat vinden wij een goede en belangrijke ontwikkeling. Bouwen op moeilijke locaties betekent bouwen in bestaand stedelijk gebied en daarmee worden groene gebieden zoveel mogelijk ontzien. Als aan ons eerste pleidooi recht wordt gedaan, kan het groeifonds bovendien een extra stimulans geven om deze moeilijke locaties op een duurzame, klimaatadaptieve en natuurinclusieve manier te benutten voor maatschappelijke doelen. Binnenstedelijke locaties hebben relatief minder last van de stikstofproblematiek. Samen met het plan om 1 miljard euro (100 miljoen per jaar tot en met 2030) te investeren in allerlei stikstofmaatregelen, vergroot je op deze manier de kans dat er een serieuze stap kan worden gemaakt in de woningbouwopgave en er duurzaamheidswinst wordt geboekt.

Pleidooi 3: Label de opbrengsten van de CO2-taks voor hulp aan de industrie

Nederland is niet de beste leerling van de klas als het gaat om het behalen van de klimaatdoelen. Met name de industrie is een grote vervuiler. Wij staan daarom positief tegenover de CO2-heffing voor industrie. Geld is uiteindelijk primair hetgeen bedrijven echt in beweging krijgt. Het is nu echter nog te onduidelijk wat er met dat geld wordt gedaan. Wij pleiten er daarom voor dat de opbrengsten van de CO2-tax direct terugvloeien naar innovaties en investeringen ten behoeve van een schone industrie. Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de werkgelegenheid en onze internationale concurrentiepositie. Dan is de industrie pas echt geholpen. Bedrijven willen best wel verduurzamen, maar ze willen ook weten wat ze ervoor terug krijgen. Nu lijkt het erop alsof ze de verduurzamingsopgave dubbel uit eigen zak moeten betalen. Door de CO2-heffing niet terug te laten vloeien naar de algemene middelen, maar ten goede te laten komen aan de sector zelf, leidt dat pas echt tot duurzamere keuzes en verandering.

Pleidooi 4: Industrie, pak je rol in gebiedsprocessen

Tot slot een pleidooi aan de industrie zelf. Zij zal op haar beurt veel meer in de keten en in regionale ontwikkelingen moeten denken. In de energietransitie eindigt het bedrijf niet meer bij de poort, maar ben je onderdeel van de omgeving. Het is daarom in hun eigen belang dat bedrijven een grotere rol gaan spelen in gebiedsontwikkeling. Het groeifonds en (hopelijk) de investeringsmogelijkheden uit de CO2-heffing bieden de industrie echt kansen, maar alleen als zij een regionale bril op zet (al lijken de netto investeringsmogelijkheden door middel van CO2-heffing en verrekening met de ETS vooralsnog niet heel ruim). De Omgevingswet stuurt daar ook op aan. Daarmee zeggen we niet dat het makkelijk is voor de bedrijven. Het is een flinke opgave en het vraagt om specifieke kennis en een andere positionering. Maar de noodzaak is hoog om Nederland milieuvriendelijker en toekomstbestendiger te maken. Juist door de samenwerking te zoeken kan de industrie gericht een bijdrage leveren aan deze ontwikkeling en tegelijkertijd waken voor haar eigen handelingsperspectief.

Door aan onze pleidooien tegemoet te komen, is dat perspectief er zeker. We kijken met belangstelling en vertrouwen uit naar de toekomst.

 

Anno Drenth, programmamanager sustainability
Marco Bastiaanssen, senior projectmanager milieu en veiligheid in de industrie
Mark in ’t Veld, adviseur leefomgeving en ruimtelijke ontwikkeling bij overheden

Heeft u vragen over dit nieuwsbericht?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.