Stel kwaliteit van ingenieur voorop: Ed Nijpels over Tauw-project Volgermeerpolder


“Zo, daar zijn we lekker van af.” Zoiets moet men gedacht hebben toen in de jaren zestig duizenden vaten zwaar chemisch afval werden gestort in een oude vuilnisbelt in de Volgermeerpolder, ten noorden van Amsterdam. Het tegendeel bleek waar. In 1980 werden de vaten gevonden. Ze bevatten onder meer dioxinen, het zwaarste gif ooit door mensenhand gemaakt.

Wat ooit zo’n goedkope oplossing leek, bleek een tijdbom die om een peperdure ontmanteling vroeg. Eerst werden ruim duizend vaten met chemisch afval provisorisch opgeslagen in containers op het terrein. Vervolgens begon een lange periode van studie en onderzoek. Daarna kwam de uitvoering. Die werd pas vorige week helemaal afgesloten. Op 19 april opende kroonprins Willem Alexander het nieuwe natuur- en recreatiegebied Volgermeerpolder. Het gif is niet verwijderd, maar in folie ingepakt en met dikke lagen grond en water bedekt.

Innovatieve oplossing

Twee Nederlandse ingenieursbureaus, Tauw en Witteveen+Bos, hebben tien jaar aan deze innovatieve oplossing gewerkt. Ze bleven daarbij binnen de planning én het budget van 100 miljoen euro. De saneringsmethode trekt inmiddels wereldwijd belangstelling. De kennis die de bureaus de afgelopen jaren hebben opgedaan, is al op diverse andere plaatsen in de wereld succesvol toegepast.

Ingenieursbureaus worden niet tot dit soort prestaties uitgedaagd als hun opdrachtgevers op zoek gaan naar de laagste prijs voor hun diensten. Gelukkig is dat hier ook niet gebeurd. Hier is een ernstig milieuprobleem adequaat opgelost omdat opdrachtgevers bereid waren een verantwoord budget uit te trekken en de expertise van de bureaus optimaal te gebruiken. Zij wisten het: ingenieursbureaus zijn geen kiloknallers. Hun diensten kun je niet inkopen alsof je als consument naar een best-buy-shop gaat voor je stereo-installatie of wasmachine.

Veel opdrachtgevers denken er helaas anders over. De bestuursvoorzitter van een van de twee genoemde ingenieursbureaus waarschuwde daarom onlangs voor een prijzenslag in de ingenieursbranche. Dat geluid komt regelmatig terug, en in een tijd van economische crisis nog eens extra. Meestal heffen ingenieurs vervolgens een klaagzang aan. Ik houd daar niet zo van.

Er is niets te klagen. Nederlandse advies- en ingenieursbureaus behoren tot de top van de wereld. Ze presteren bovengemiddeld. Maar er is wel iets te verdedigen: de kwaliteit van de ruimtelijke inrichting van Nederland. Die kwaliteit is groot, maar kwetsbaar. We houden ‘m niet vast door advies- en ingenieursbureaus op de markt tegen elkaar uit te spelen. Wie per se de laagste prijs wil, doet niet alleen de ingenieursbureaus tekort, maar ook – of vooral – zichzelf. Je neemt dan onverantwoorde risico’s op de lange termijn. Ruimtelijke kwaliteit meten we immers niet in termen van drie jaar, maar van dertig jaar. En die termijn gaat niet samen met het jagen op koopjes.

Helaas denken politici van nature op de korte termijn. Wethouders, ministers en gedeputeerden worden iedere vier jaar op resultaat afgerekend. Het is de tragiek van het openbaar bestuur. Men oogst niet wat men zaait. In het slechtste geval oogst men alleen de beroerde erfenis van zijn voorganger. Dat leidt ertoe dat men niet in de verte durft te kijken en te denken. Eigenlijk wordt de belastingbetaler daarmee een oor aangenaaid. De keuze voor een kiloknaller pakt namelijk later duur uit, precies zoals het spreekwoord zegt: goedkoop is duurkoop.

Gezonde prijs

Ingenieurs kunnen en willen waarde leveren. Als ze daartoe de kans krijgen, bewijzen ze dat. Een gezonde prijs voor hun diensten stelt hun in staat te investeren in de toekomst. Nu al kampen ze met gebrek aan arbeidskrachten en te weinig instroom. Ook daarom moet hun prijs op niveau blijven. Opdrachtgevers zouden ook die verantwoordelijkheid moeten voelen. Met de toekomst van de sector is niet alleen de toekomst van de ruimtelijke kwaliteit gemoeid, maar ook het vermogen om die kwaliteit vast te houden.

Ed Nijpels is voorzitter NLingenieurs, branchevereniging van advies-, management- en ingenieursbureaus

Zie ook project Volgermeerpolder

Contact persoon: Gustav Egbring

[Artikel door Ed Nijpels, gepubliceerd in Cobouw van 26-04-2011]