Wat betekent het nieuwe Landelijk Afvalbeheerplan voor uw organisatie?

Het Rijk heeft het afvalstoffenbeleid geactualiseerd. Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) dat per 28 december 2017 van kracht is - in combinatie met het per 1 januari 2018 gewijzigde Besluit Omgevingsrecht (BOR) - verplicht spelers in de afvalketen vergunningen aan te passen aan dit nieuwe beleid. Bent u ontdoener van afval, afvalverwerker, vergunningsverlener of handhaver bij een omgevingsdienst? Zorg dan dat u op de hoogte bent van de wijzigingen en de eventuele gevolgen voor uw organisatie. De belangrijkste wijzigingen per organisatie vindt u hier.

Ontdoeners van afval
Voor u geldt dat er nieuwe categorieën zijn bijgekomen als het gaat om het gescheiden houden van afvalstoffen. De belangrijkste categorieën zijn:

  • Gevaarlijk en niet-gevaarlijk procesafhankelijk industrieel afval
  • Hout en houten verpakkingen
  • PAK-rijke en PAK-arme afvalstoffen
  • Shredderresidu van autowrakken en shredderresidu van welvaartsschroot
  • Gips, gipsblokken en gipsplaat
  • Cellenbeton
  • Kunstgras
  • EPS verpakkingsmateriaal

Moet uw bedrijf nu direct extra afval gaan scheiden?
Nee, niet direct, maar u kunt van het bevoegd gezag binnen een jaar een wijziging van uw vergunning verwachten die dit gaat verplichten. Vanaf dat moment moet u de afvalstromen gescheiden houden, tenzij in uw vergunning het mengen van specifieke afvalstromen is opgenomen of als het om kleine hoeveelheden gaat (dan is scheiden niet doelmatig). Is dit niet het geval, dan moet u actie ondernemen en uw afvalstoffenmanagement aanpassen aan de nieuwe categorieën. Kunt u aantonen dat de kosten hoger zijn dan EUR 45/ton, dan kunt u worden vrijgesteld van scheidingsplicht.
Ook in het Activiteitenbesluit wordt de lijst met te scheiden afvalstoffen aangepast, waardoor ook bedrijven die onder de algemene regels vallen (en geen eigen omgevingsvergunning hebben) deze afvalstromen gescheiden moeten houden.

Afvalverwerkers
Het bevoegd gezag is verplicht om binnen een jaar de bestaande omgevingsvergunningen aan te passen aan de wijzigingen van het nieuwe LAP. Dit kan dus betekenen dat uw omgevingsdienst in 2018 contact met u opneemt met betrekking tot het aanpassen van uw vergunning.

Dit zijn de belangrijkste wijzigingen waarmee u rekening moet houden:

  • Het toetsbedrag voor laagwaardigere verwerking is met EUR 30/ton verhoogd naar EUR 205/ton.
  • Een revisie van de omgevingsvergunning kan noodzakelijk zijn door een wijziging van de minimumstandaarden in de sectorplannen (SP). Zie onderstaande tabel.



  • Voor de verwerking van afvalstoffen met zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) moeten risicobeoordelingen voor blootstelling van mens en milieu worden uitgevoerd. Zowel bij het toepassen van het materiaal als na het moment van afdanken.
  • Update van uw acceptatie- & verwerkingsbeleid (A&V-beleid) en administratieve organisatie en interne controle (AO/IC). Het is verstandig om nu al te controleren of uw A&V-beleid aan de minimale eisen voldoet.

Bevoegd gezagen en/of omgevingsdiensten
LAP3 heeft een grote impact op de bevoegd gezagen en/of omgevingsdiensten want:

  • Binnen één jaar moeten de vergunningsvoorschriften met betrekking tot afvalverwerking getoetst en - indien noodzakelijk - aangepast worden
  • Een verandering in de minimumstandaarden betekent dat toekomstige revisies van het LAP3 tot revisies van vergunningen leiden
  • Handhaving moet aandacht besteden aan afvalscheiding bij milieustraten en het gescheiden houden van afvalstoffen binnen alle inrichtingen

Voor vergunningverleners komt de prioriteit dus te liggen bij het herzien van de omgevingsvergunningen van afvalverwerkers. De focus ligt op het controleren en eventueel aanpassen van de minimumstandaarden, het A&V-beleid en AO/IC.

Van toezichthouders wordt een forse inspanning gevraagd als het gaat om het handhaven van de aangepaste milieuvergunningen bij afvalverwerkers en het controleren of ontdoeners hun afvalstoffen op de juiste manier gescheiden houden.

Zie ook
Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3)
Besluit Omgevingsrecht (BOR)

Contact
Meer weten? Neem dan contact op met Jurgen Ooms, jurgen.ooms@tauw.com, +31 65 31 66 74 8 of René Tankink, rene.tankink@tauw.com, +31 62 76 25 24 3.

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Jurgen Ooms
T: +31 65 31 66 74 8
E:jurgen.ooms@tauw.com
LinkedIn
Jurgen Ooms