Maakt de overheid onze kenniseconomie kapot?

Jasper Schmeits

Nederland is bestempeld als kenniseconomie; economische groei van de samenleving komt daarbij niet voort uit arbeid of landbouw, maar uit kennis en innovatie. Wij zouden voorop moeten lopen op het gebied van nieuwe ontwikkelingen en nieuwe uitvindingen; maar is dat wel zo? En worden we hierin voldoende gefaciliteerd door onze overheid?

Nederland loopt achter

Gebaseerd op de data van de OECD (Organisation for Economic Cooperation and Development oftewel: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) blijkt dat we achterlopen ten opzicht van investeringen ten opzichte van andere laden; zowel in Europa als wereldwijd blinken we hier niet in uit. In Europa zitten we rond het gemiddelde als we kijken naar de bruto binnenlands uitgaven voor Research & Development (ca. 2 %, anno 2015). Koplopers binnen Europa zijn Denemarken, Zweden en Zwitserland. Ook onze zuider- en oostburen staan daarbij hoger op de lijst dan wij. Wereldwijd zijn Israël en Korea de koplopers, wat hoofdzakelijk gedreven wordt door militaire ontwikkelingen. De vraag is nu in hoeverre dit een probleem is? Om een kenniseconomie te zijn hoef je niet perse het meeste te investeren; we moeten alleen proberen om de slimste persoon van de klas te zijn.

Waarborging nieuwe technieken onvoldoende vastgelegd

Om innovaties van de grond te krijgen heb je pilot-testen nodig; je zult uit moeten proberen wat er met een dergelijk techniek mogelijk is. Industriële klanten van ons staan vaak open om samen met ons dergelijke ontwikkelingen te verkennen om daarmee een proces slimmer te maken, sneller te doorlopen of makkelijker te processen; ook het financiële gewin is een goede drijfveer om zaken anders in te richten. Om dit soort technieken dan full-scale toe te gaan passen levert vaak weer de nodige haken en ogen met zich mee – wettelijk zijn bepaalde eisen gesteld – waardoor veel inspanningen gaan zitten in het leveren van de benodigde onderzoeksgegevens in het kader wat het bevoegd gezag eist.

Een voorbeeld:

Een voorbeeld hiervan is het gebruik van de XRF binnen bodemonderzoeken en –saneringen. Met behulp van deze handzame-analyzer is het mogelijk om on-site inzicht te krijgen in de mate van vervuiling met zware metalen. We hebben al ruim 10 jaar ervaring met dit soort meetgegevens, echter eist het bevoegd gezag telkens weer de conventionele laboratorium-resultaten. De wetgeving in deze is tot dusver nog onvoldoende bijgesteld. Partijen zoals het SIKB zijn herhaaldelijk bezig met het opstellen van richtlijnen hiervoor. Als voorbeeld wordt medio februari 2018 de “Richtlijn voor Grootschalig onderzoek” verwacht waarbij de inzet van de XRF centraal staat. Echter, staan de beleidsmedewerkers tegen de muur als zij dergelijke innovatieve onderzoeken moeten toetsen aan de wettelijke besluiten. Binnen deze wettelijke besluiten is in onvoldoende mate vastgelegd hoe dergelijke nieuwe technieken geborgd worden, waardoor beleidsmedewerkers genoodzaakt worden om op conventionele technieken terug te vallen. Begrijpelijk!

Het kan ook anders

Recentelijk heb ik een lunchpraatje bijgewoond over de Whisky-industrie in Schotland; dit is enorme business waar een groot deel van het land deel van uitmaakt. Deze industrie heeft een enorme impact op het gebruik van water, fossiele brandstoffen en overige materiaalstromen en veroorzaakt de nodige industriële vervuilingen. De SEPA (Scottish Environment Protection Agency) heeft in de afgelopen decennia significante stappen gemaakt in de reductie van de industriële vervuiling. Echter zijn ze tot de conclusie gekomen dat – om dit nog verder te brengen -  een wijziging in de aanpak noodzakelijk is. In 2014 is daar een nieuwe wet aangenomen:  “Regulatory Reform Act”. Op basis hiervan heeft de SEPA één duidelijke taak:
Bescherm en verbeter het milieu – zover als mogelijk – ten behoeve van gezondheids- en welzijnsvoordelen  (sociaal succes) en duurzaamheid economische groei (economisch succes).

De rollen omgedraaid

Deze wet biedt de mogelijkheid aan de SEPA om bedrijven meer ruimte te bieden in de innovatieve ontwikkelingen en om ondersteuning te bieden om “Beyond Compliance” te zijn. De SEPA draait de rollen om voor bedrijven die zich verder willen ontwikkelen en de beste persoon van de klas wil zijn – het bedrijf dient niet te voldoen aan de eisen van het bevoegde gezag – het bevoegde gezag gaat in gesprek met dergelijke bedrijven om ze te ondersteunen in dergelijke ontwikkelingen. Wat hebben de bedrijven nodig om de hoge lat aan duurzame doelstellingen te bereiken? Dat gaan ze dan voor die bedrijven regelen, wat de nodige ruimte in mogelijkheden biedt en innovatieve oplossingen de ruimte geeft.

Kopiëren?

Dit verhaal klinkt mij als muziek in de oren! Ik ben ervan overtuigd dat we met de XRF vergelijkbare en in sommige gevallen zelfs betere resultaten kunnen verkrijgen dan het laboratorium (mits goed toegepast uiteraard). De meerwaarde voor de klant zit hem dan in de snelheid van genereren van resultaten en het direct kunnen te kunnen anticiperen op de resultaten. In plaats van de tijd en energie te steken in het herhaaldelijk overtuigen van de verschillende beleidsmedewerkers, zou ik me liever bezig houden met het doorontwikkelen van deze en andere innovatieve technieken.

Toch zitten we in de spagaat dat de wetgeving het tegenhoudt, nu al meer dan 10 jaar. Een vergelijkbare wet zou ons verder kunnen brengen en de beleidsmedewerkers de handvaten kunnen bieden waarmee zij vooruit kunnen. Ik zou deze mogelijkheid graag bespreekbaar willen maken in de tweede kamer!
Wie kan me daar introduceren?Maakt de overheid onze kenniseconomie kapot?

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Jasper Schmeits
T: +31 65 37 94 21 7
E:jasper.schmeits@tauw.com
LinkedIn
Jasper Schmeits