Koele kijk op hittestress: handvatten voor hittebestendige inrichting van de openbare ruimte

Gemeenten staan aan de lat voor het klimaatbestendig (her)inrichten van het openbare gebied. Over de aanpak op het gebied van wateroverlast is inmiddels al veel bekend. Maar dat geldt niet voor het hittebestendig inrichten van onze leefomgeving. En dat is zorgelijk want we krijgen steeds vaker te maken met (extreme) hitte, en dat heeft grote impact op de leefbaarheid en gezondheid. De publicatie ‘Een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte’ biedt gemeenten handvatten voor de aanpak van de hitteproblematiek.

30 juni 2020

Stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, projectontwikkelaars, waterbeheerders en andere professionals bij gemeenten weten vaak niet welke eisen ze moeten stellen aan nieuwe hittebestendige ontwerpen van de stad, wijken en straten. Daarom heeft Tauw samen met de Hogeschool van Amsterdam, Wageningen Universiteit, Hanze Hogeschool en 12 gemeenten de afgelopen twee jaar onderzocht hoe gemeenten inzicht kunnen krijgen in hun hitteopgave en welke maatregelen en ontwerprichtlijnen effectief zijn.

Luchttemperatuur versus gevoelstemperatuur

De luchttemperatuur die door de officiële weerstations in het buitengebied gemeten wordt, ligt in het stedelijk gebied met veel verharding en weinig groen vaak veel hoger. Dit zogenaamde Urban Heat Island (UHI) effect is met name ’s nachts goed voelbaar: steen houdt de warmte veel langer vast waardoor steden veel langzamer afkoelen en mensen slechter slapen.

Overdag zorgt met name de verhoogde gevoelstemperatuur tot problemen. Straling en wind spelen hierbij een grote rol: in de zon, uit de wind, voelt het veel warmer aan dan in de schaduw met een briesje. Een luchttemperatuur van 30 graden leidt in de zon al snel tot een gevoelstemperatuur (PET) van boven de 35 graden. Mensen kunnen dan hun warmte niet goed kwijt en raken oververhit.

Drie richtlijnen voor een hittebestendige inrichting

Voor een hittebestendige inrichting van ons stedelijk gebied is het van belang zowel de luchttemperatuur als de gevoelstemperatuur omlaag te brengen. Tijdens ons onderzoek hebben we hiervoor met de deelnemende gemeenten richtlijnen verkend die concreet en toetsbaar zijn, ontwerpers voldoende vrijheid laten en differentiatie per gebied mogelijk maken.

Hieruit zijn drie werkbare richtlijnen naar voren gekomen: 

  1. Afstand tot koelte
  2. Percentage schaduw op looproutes
  3. Percentage groen per wijktype

Richtlijnen 1 en 2 zijn gericht op het lokaal verlagen van de gevoelstemperatuur om overdag meer comfort te bieden.
Richtlijn 3 is gericht op een verlaging van de luchttemperatuur op grotere schaal, overdag én ’s nachts.

Richtlijnen vertalen naar een handelingsperspectief

Aan de hand van analyse in een geografisch informatiesysteem (GIS) kunnen de richtlijnen vertaald worden naar kaarten en een handelingsperspectief dat past bij de gemeente (maatwerk). De gemeente kan deze richtlijnen opnemen in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) of borgen in verschillende contractvormen of prestatie- afspraken met private partijen. De kans op realisatie wordt hiermee aanzienlijk vergroot.

Enkele voorbeelden uit het onderzoek:

  • Voor de gemeente Utrecht maakte de ‘loopafstand tot koelte kaart’ direct inzichtelijk welke gebieden nog onvoldoende koele plekken hebben. De groene bushokjes en geveltuintjes in de gemeente Utrecht zijn mooie voorbeelden van hoe in verstedelijkt gebied het percentage groen verhoogd kan worden.

  • De gemeente Emmen heeft de ‘percentage schaduw kaart’ gebruikt om te bepalen waar het creëren van schaduw op belangrijke loop- en fietsroutes gekoppeld kan worden aan het versterken van de groene radialenstructuur van de gemeente. Het percentage groen per wijktype is erop gericht om gebiedsgerichte streefwaarden in het beleid op te nemen. Zo kan per buurt worden bepaald welke hoeveelheid en type groen haalbaar is.


Het volledige onderzoeksrapport is te vinden op de website van de Hogeschool van Amsterdam.

 

Meer informatie

Wilt u weten wat wij voor uw gemeente kunnen betekenen als het gaat om klimaatbestendige inrichting? Kijk dan op onze pagina klimaatadaptatie of neem contact op met Monique de groot, monique.degroot@tauw.com, +31 61 53 80 94 9.

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Monique de Groot
T: +31 61 53 80 94 9
E:monique.degroot@tauw.com
LinkedIn