Op 8 juli 2019 zijn vanuit het Tijdelijk Handelingskader PFAS voorlopige eisen gesteld aan het hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Dit was nodig om projecten weer op gang te brengen en afzetmogelijkheden te creëren voor vrijkomende grond- en baggerstromen. Helaas met averechts effect. Net als het stikstofbeleid leidt de PFAS-problematiek tot het stilleggen en uitstellen van talloze projecten. Wat zijn de knelpunten en waar liggen mogelijkheden?
PFAS zijn (potentieel) zeer zorgwerkkende (niet-afbreekbare) stoffen die wereldwijd onder een vergrootglas liggen omdat ze schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu. Deze stoffen, die vanwege hun waterafstotende werking in tal van producten zitten (waaronder blusschuim, regenkleding en cosmetica) zijn diffuus verspreid in de Nederlandse bodem en worden op veel plaatsen boven de detectielimiet aangetroffen.
Tijdelijk Handelingskader
In het Tijdelijk Handelingskader PFAS (THP) zijn voorlopige normen opgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze zijn gebaseerd op het advies van RIVM over risicogrenzen voor PFOS, PFOA, GenX en overige PFAS. Belangrijkste uitgangspunt van het THP is dat verspreiding van PFAS naar gebieden met lage concentraties voorkomen moet worden.
Voor veel projecten betekent dit dat de afgegraven grond alleen mag worden hergebruikt, of naar een erkende verwerker mag worden afgevoerd, als deze is onderzocht op de aanwezigheid van PFAS. Afhankelijk van de resultaten kan deze grond door verwerkers worden geaccepteerd of elders worden toegepast (al dan niet met de beperkingen die voor PFAS van toepassing zijn).
Aanpassing normen vóór 1 december 2019
Nu blijkt dat veel van de onderzochte grond niet aan de norm voldoet, heeft staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat op 29 oktober 2019 het RIVM gevraagd om de strenge norm die nu gehanteerd wordt te verruimen.
Onder het THP is er veel onduidelijkheid of projecten nog doorgang kunnen vinden. Dit komt mede doordat provincies en gemeenten nog geen goed beeld hebben waar en in welke mate PFAS aanwezig is. Hier wordt onderzoek naar gedaan. Daarnaast wordt het THP op verschillende manieren geïnterpreteerd en zijn overheden bevoegd om in een aantal gevallen (beargumenteerd) af te wijken van de landelijke normen. Het THP (inclusief de ruimere normen) is van toepassing totdat de onderzoeken naar PFAS afgerond zijn en het definitieve handelingskader in 2020 wordt opgesteld.
Onze PFAS-adviseurs zijn nauw betrokken bij de PFAS-problematiek en adviseren overheden, onderzoeksinstituten, bedrijven en industrie over de (complexe) vraagstukken rondom PFAS. Een aantal bevindingen hebben we hieronder op een rijtje gezet.
Acceptatie van PFAS-houdende grond
Groot probleem waar partijen tegenaan lopen is dat veel PFAS-houdende grond niet kan worden afgezet doordat vergunningen van acceptanten niet zijn ingericht op de opslag van PFAS houdende grond. Vooral als het gaat om lozing op oppervlaktewater. Voor PFOS is de milieukwaliteitsnorm voor lozing op oppervlaktewater zelfs zo laag dat deze onder de detectiegrenzen van de commercieel beschikbare wateranalyses liggen.
Door verschillende partijen worden nu stappen gezet om PFAS-houdende grond en bagger te accepteren; inmiddels zijn er enkele stortlocaties die PFAS-houdende grond boven de 3-7-3-3 norm (voor PFOS, PFOA, GenX en overige PFAS) willen en mogen accepteren.
Graafwerkzaamheden en afvoeren van grond
Afvoeren van niet-toepasbare grond boven de norm
Momenteel is het vrijwel onmogelijk om niet-toepasbare grond met gehalten boven de 3-7-3-3 regel af te voeren naar een reiniger in Nederland. Bedrijven zijn daardoor genoodzaakt om tijdelijke gronddepots in te richten of grond te exporteren naar het buitenland, waar andere toepassingsnormen gelden. Het inrichten van depots op eigen locatie verplicht bedrijven om bodembeschermende voorzieningen en maatregelen te nemen. Dit zorgt voor uitstel en vertraging van projecten. Er zijn slechts enkele locaties die niet-reinigbare en PFAS-houdende grond boven de normen accepteren.
Opstellen van hergebruiksbeleid
Voor hergebruik van grond voor een specifiek gebied of (industriële) locatie is het mogelijk een achtergrondwaardekaart of bodemkwaliteitskaart (BKK) en gebiedsspecifiek hergebruiksbeleid op te stellen. Voordeel hiervan is dat er op projectniveau aanzienlijk minder bodemonderzoek naar PFAS nodig is. Echter, in het geval van gebiedsspecifiek beleid geldt al snel een bestuursrechtelijke termijn van een half jaar voordat de grond kan worden hergebruikt.
Op onze website www.tauw.nl/pfas vindt u uitgebreide informatie over ondermeer het Tijdelijk Handelingskader, de stappen die u kunt ondernemen om met PFAS om te gaan, en wat wij hierin voor u kunnen betekenen.