PGS 31 richtlijn gevaarlijke chemische vloeistoffen in tanks

In April 2018 is de richtlijn Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 31 (PGS 31:2018) gepubliceerd. Beschikt uw bedrijf over een tank waarin opslag plaatsvindt van een - al dan niet brandbare - gevaarlijke chemische vloeistof die moet voldoen aan de richtlijn PGS 28, 29 of de PGS 30? Dan is de richtlijn PGS 31 wellicht interessant voor u, omdat deze mogelijk beter aansluit bij uw feitelijke situatie.

Wanneer is de PGS 31 van toepassing?
PGS 31 geeft richtlijnen voor een arbeidsveilige, milieuveilige en brandveilige opslag. Deze zijn van toepassing op:

  • Drukloze opslag van gevaarlijke vloeibare stoffen en mengsels in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties, waarbij de inhoud van de opslagtank tussen de 0,3 m³ en 150 m³ ligt
  • Opslag van watergedragen mengsels die vanuit de CLP verordening als kankerverwekkende of mutagene stoffen (CMR) zijn gekenmerkt

Heeft u hiermee te maken in uw vergunning omdat de PGS 28, 29 of 30 op één van uw tanks van toepassing is? Dan zijn er mogelijk onbedoeld zwaardere eisen opgelegd dan noodzakelijk is.

Belangrijkste aandachtspunten PGS 31
Om inzicht te bieden in de richtlijn hebben wij de belangrijkste aandachtspunten voor u opgesomd:

  • Overvulbeveiliging
    Een nieuwe tankinstallatie moet worden voorzien van een doelmatige technische overvulbeveiliging
  • Ontwerp en inspectie
    Heeft uw bedrijf een eigen gecertificeerde/geaccrediteerde inspectieafdeling of -dienst (IVG)? Dan mag u zelf uw opslagtanks keuren
  • Opvangvoorziening
    Enkelwandige opslagtanks moeten beschikken over een vloeistofkerende opvangvoorziening
  • Opslag van ontvlambare vloeistoffen
    De richtlijn bevat aanvullende voorschriften voor de opslag van ontvlambare vloeistoffen
  • Schuimvormend middel (SVM)
    SVM is nodig bij opslag van ontvlambare vloeistoffen bij een uitpandige tankopslag én bij uitdamping van acuut toxische stoffen
  • Inpandige opslag
    Inpandige opslag van meer dan 500 m³ ontvlambare vloeistoffen is toegestaan, mits voldaan wordt aan aanvullende eisen
  • Aangesloten IBC’s
    Indien er een IBC (Intermediate Bulk Container) aan de installatie is gekoppeld die niet meer verplaatst wordt, dan valt deze onder de PGS 31

Installatiecertificaten
De regels omtrent de installatiecertificaten voor bestaande installaties zijn nog niet duidelijk omschreven. Er wordt voornamelijk ingegaan op nieuwe installaties. 

Voor bestaande installaties wordt aangeven dat er mogelijk een installatiecertificaat nodig is om aan te tonen dat de tank voldoet aan de gestelde eisen uit de PGS 31. Dit wordt vastgesteld op basis van een herkeuring waarvan de termijnen uiteenlopen van 5 tot 20 jaar. Moet één van uw tanks binnenkort een herkeuring ondergaan, dan is het wellicht verplicht een installatiecertificaat te hebben.

Voor nieuwe installaties is vrijwel altijd een installatiecertificaat volgens de BRL-K903 of SIKB 7800 verplicht, tenzij deze voldoet aan enkele voorwaarden uit de PGS 34. Dit geldt niet voor alle opgeslagen stoffen, dus laat u hierover goed adviseren.  

Voldoen uw tanks aan de nieuwe PGS 31 richtlijn?
Mogelijk beschikt u momenteel over stoffen en tanks waarvoor de richtlijn PGS 31 van toepassing is. Het bevoegd gezag kan dan uw vergunning actualiseren waardoor de PGS 31 voor u van kracht wordt. Wij adviseren u tijdig een grondige gap-analyse uit te (laten) voeren, zodat u zelf kunt beoordelen of u rechtstreeks aan de richtlijn PGS 31 kunt (of wilt) voldoen of dat er maatwerkvoorschriften in de vergunning nodig zijn.

Meer informatie
Wilt u meer weten over de (impact van) de nieuwe PGS 31? Neem dan contact op met Pieter Luiten, pieter.luiten@tauw.com, 06 29 24 08 77 of Arjan van Zeeburg, arjan.vanzeeburg@tauw.com, 06 51 20 86 40.

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Pieter Luiten
T: +31 62 92 40 87 7
E:pieter.luiten@tauw.com
LinkedIn
Pieter Luiten