Thermometer bestuurlijke afwegingsruimte biedt handvatten bij omgevingsvisie en omgevingsplan

De Omgevingswet biedt gemeenten meer ruimte om een eigen afweging te maken over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Dit wordt de bestuurlijke afwegingsruimte genoemd. Maar wat betekent dit nou en hoe zet je die afwegingsruimte als gemeente nou goed in voor een omgevingsvisie of omgevingsplan?

Om daar meer handen en voeten aan te geven heeft Tauw de ‘thermometer bestuurlijke afwegingsruimte’ ontwikkeld: een adviestool voor gemeenteambtenaren en adviseurs om grip te krijgen op de abstracte term bestuurlijke afwegingsruimte en op de mogelijkheden om die ruimte ook daadwerkelijk te benutten.

Wat houdt bestuurlijke afwegingsruimte in?

Bestuurlijke afwegingsruimte houdt in hoofdlijnen in dat het lokale bestuur bijvoorbeeld zelf kan bepalen om:

  • Minder regels te stellen
  • Extra of aangescherpte omgevingswaarden vast te stellen voor specifieke gebieden of locaties
  • Invulling te geven aan het begrip ‘integraal afwegen’

Uit interviews en gesprekken die wij met gemeenteambtenaren hebben gevoerd komt naar voren dat gemeenten wel inzien dat de vergrote bestuurlijke afwegingsruimte onder de Omgevingswet kansen biedt, maar ze geven ook aan onvoldoende op de hoogte te zijn van de mogelijkheden om deze te kunnen benutten.

Wat onze adviestool voor u kan betekenen

Wilt u als gemeente weten hoe u zelf een goede afweging kunt maken bij het opstellen van een omgevingsvisie of omgevingsplan? Dan biedt de thermometer bestuurlijke afwegingsruimte u de nodige handvatten. Vooral als het gaat om concrete ontwikkelgebieden die binnen de oude wet- en regelgeving ‘op slot zitten' of waar veel nieuwe maatschappelijke opgaven samenkomen, zoals klimaatadaptatie en energietransitie. Ons advies: zoek juist dáár de ruimte op als de huidige regelgeving onvoldoende mogelijkheden biedt. Met andere woorden: ga (eventueel samen met ons) experimenteren!

Hoe het werkt?

  1. De implementatie van de Omgevingswet is een zoektocht. Zet daarom alle denkkracht in om te experimenteren (de basis).
  2. Bekijk vervolgens waar de ruimte in de regels zit, door minder regels te hanteren en door een betere formulering van de regels.
  3. Het mengpaneel geeft aan dat het voor bepaalde aspecten (waaronder lucht en geluid) mogelijk is andere normen te stellen dan de landelijke. Bij het kiezen van een andere norm is het goed om naar de gedachtegang achter het cijfer te kijken. Waarom kiezen we een andere norm? En waarom past die beter bij de lokale situatie dan de landelijke norm?
  4. In een omgevingswaarde legt een gemeente een kwaliteit vast die strenger is dan het Rijk stelt (bijvoorbeeld fijnstof) óf een aspect waar het Rijk geen eisen aan stelt (bijvoorbeeld roet of waterkwaliteit). Bij omgevingswaarden kan het in sommige gevallen voorkomen dat de bestuurlijke afwegingsruimte in een bijbehorend programma zit, zoals bij de beoordeling van een wateractiviteit. Er wordt dan niet getoetst aan de omgevingswaarden voor waterkwaliteit, maar aan het programma waarin staat welke activiteiten toegestaan zijn.

Meer weten?

Wilt u bekijken wat de mogelijkheden voor uw gemeente zijn? Neem dan contact op met Joost de Jong, joost.dejong@tauw.com, +31 61 10 78 42 9.
Meer informatie over onze expertise op het gebied van de Omgevingswet vindt u op onze website.

Meer informatie

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Joost de Jong
T: +31 61 10 78 42 9
E:joost.dejong@tauw.com
LinkedIn
Joost de Jong