Sinds 2017 werd het rendabel voor particulieren om zonnepanelen aan te schaffen. Een mooie duurzame manier om stroom op te wekken en het eigen gebruik te compenseren door te salderen. De zon schijnt echter overdag, maar particulieren verbruiken dag en nacht. Het stroomnet is erop gericht om stroom te leveren aan huishoudens, gebouwen en bedrijven. Ditzelfde stroomnet moet nu ook stroom terug leveren. Dat is nog niet zo vanzelfsprekend.
Ondertussen is dit al oud nieuws: De drukte op het elektriciteitsnet dreigt de versnelde verduurzaming van industrieterreinen en industrie te dwarsbomen. Bedrijven zijn net als particulieren al jaren bezig met plannen om de overstap te maken naar alternatieve vormen van energie zoals wind en zon. Deze plannen worden nu niet uitgevoerd of ernstig vertraagd, omdat ons elektriciteitsnet overbelast is.
En dat is niet zo gek. De massale overstap naar zonnepanelen maakt dat het stroomnet, zeker in de piekuren, enorm belast wordt. Het huidige stroomnet is hier simpelweg niet voor gemaakt. Netbeheerders zijn druk bezig met het uitbreiden van ons huidige stroomnetwerk, maar de aanleg van kabels gaat traag. Reden? Gebrek aan technisch personeel, trage vergunningsprocedures, tekorten aan duur materiaal en de stikstof problematiek. Tot overmaat van ramp worden pas aangelegde kabels ook nog gejat door koperdieven. Zaken waar geen snelle oplossingen voor zijn, maar we moeten wel de overstap gaan maken.
Reden tot zorgen? Zeker. Wij hebben met zijn allen een enorme opgave om de klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen. Bedrijven, consumenten en overheden spelen allemaal een rol. Door samenwerking tussen de netbeheerders en optimaal gebruik te maken van de capaciteit in de markt kan een versnelling worden bewerkstelligd. Dit vraagt om vertrouwen en minder (aanbestedings-) procedures. Zowel de netbeheerders als de overheid moeten hierin echt een actievere rol pakken en in beweging komen.
Ik zie u al denken. Dan slaan wij al die stroom toch gewoon op. Ja, er zijn diverse initiatieven om stroom via energiedragers op te slaan of te gebruiken. Je kunt hierbij denken aan groene waterstof en ammoniak. Ammoniak is een energiedrager met een grote energiedichtheid. Dat betekent dat je er veel energie in op kan slaan, meer dan in bijvoorbeeld waterstof of batterijen. Dat maakt ammoniak een belangrijke troef in de energietransitie. Echter, ammoniak is een gevaarlijke stof en voor opslag en transport zijn terecht vergunningen nodig en moet er zeer veilig worden gewerkt. Daarnaast is voor productie van ammoniak en groene waterstof weer veel stroom nodig wat weer via ons stroomnetwerk moet komen of via nieuw aangelegde kabels vanuit offshore windparken en zonneparken.
Het is altijd “gemakkelijk” om naar de overheid en netbeheerders te wijzen, maar in dit geval zie ik oplossingen mogelijk waar zij een rol in kunnen spelen. Zo zou het helpen wanneer groene oplossingen voorrang krijgen bij vergunningsverlening en/of toekenning op het stroomnet. Dit geeft netbeheerders en investeerders namelijk de zekerheid dat de projecten gerealiseerd kunnen worden. Omstreden? Zeker. Juridisch haalbaar? Vast niet. Want wie bepaalt dat een verduurzamingsslag van een fabriek meer waard is dan extra woningruimte?
Wegens gebrek aan duidelijkheid vanuit de overheid hanteren netbeheerders nu zelf bepaalde vormen van voorrang. Bijvoorbeeld op volgorde van aanvraag. Waardoor mogelijk een groen initiatief geen voorkeursbehandeling verkrijgt. Ik pleit voor meer positieve discriminatie van groene initiatieven door deze voorrang te geven in de vergunningprocedures als in de uitvoering. Ik zie heel veel mogelijkheden. Laten wij heel snel de eerste kleine stappen maken. Wij zijn er in ieder geval klaar voor!
(Dit artikel is reeds gepubliceerd in Cobouw)
Henry Raben is sinds 1 april 2023 directeur TAUW Nederland. Hij heeft ruim 30 jaar ervaring in zowel de publieke als de private markt in verschillende functies en geeft in de columns zijn visie op de ontwikkelingen in de markt.
Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.