Evolutie van de Ladder van Lansink

24 juli 2024, Martin Doeswijk

De Ladder van Lansink, geïntroduceerd in de late jaren 1970 door de Nederlandse politicus Ad Lansink, is een hiërarchie van afvalbeheer die zich richt op de prioriteit van afvalbeheerstrategieën.

Tegenwoordig gebruiken we de R-ladder, die bestaat uit de volgende stappen R0-Refuse, R1-Rethink, R2-Reduce, R3-Reuse, R4-Repair, R5-Refurbish, R6-Remanufacture, R7-Repurpose, R8-Recycle en R9-Recover. De R-ladder legt een sterkere nadruk op de overgang naar een circulaire economie; we spreken niet meer over afval, maar over grondstoffen.

Iedereen heeft recht op een gezonde leefomgeving, nu en voor toekomstige generaties. Het is onze verantwoordelijkheid om onze planeet leefbaar te houden. Het model van de Donut-economie, waar circulair hergebruik van grondstoffen essentieel is, kan hiervoor een goed instrument zijn.

Bovenstaande evolutie weerspiegelt een verschuiving in focus op afvalbeheer, naar het gebruiken van (andere) grondstoffen in een gesloten kringloop, waarbij afval niet of nauwelijks meer bestaat. Op deze manier kunnen we een evenwicht vinden tussen het gebruik van grondstoffen en het behoud van de natuurlijke omgeving. In het rapport ‘Analyse prikkels richting duurzaamheid in secundaire bouwstoffenketens’ (DRIFT, TAUW, 19 januari 2024) is hier meer over te lezen.

De evolutie in het beleid zit dus wel snor, maar hoe zit het dan in mijn vakgebied waar jaarlijks naar schatting 48 miljoen ton grondverzet per jaar plaatsvindt? Met deze flinke hoeveelheid kun je heel Schiphol ophogen met 1,25 meter of de Afsluitdijk met 12 meter. Jaarlijks.

Op het vlak van circulariteit is binnen het grondverzet nog veel winst te halen. Te vaak gaan we nog voor gemak en passen we grote hoeveelheden uitputbare grondstoffen toe. We maken te weinig gebruik van vrijkomende grond en bagger.

Grond en bagger zijn materialen met bijzondere eigenschappen. Een simpele afweging om ze doelmatig in te zetten helpt al: ga zuinig om met je voorraad (refuse) en minimaliseer de effecten van ontgraving (rethink, reduce). Hiervoor zou ‘true pricing’ ingezet kunnen worden. Bij het hanteren van de werkelijke kosten, worden de negatieve milieueffecten en de sociale impact van het gebruik van primaire grondstoffen geïnternaliseerd. Dit maakt het gebruik van primaire grondstoffen economisch minder aantrekkelijk, maakt het circulair hergebruik van grondstoffen aantrekkelijker en stimuleert bedrijven om te investeren in het slim en op een hoogwaardige manier gebruik te maken van de beschikbare voorraad (reuse, repurpose of recycle).

Door het circulair hergebruik van grond en bagger kunnen we een duurzame en evenwichtige economie creëren, waarin we de beschikbare hulpbronnen efficiënt gebruiken en tegelijkertijd de negatieve impact op het milieu verminderen. True pricing kan hierbij een krachtig instrument zijn. In het licht van de Donut- economie: er wordt een economie gecreëerd waarin niemand in armoede leeft en waarin het milieu niet wordt uitgeput.


 

Dit artikel is reeds verschenen in Cobouw

Heeft u vragen naar aanleiding van dit blog?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.