De afgelopen maanden zorgden hevige neerslag en een grotere aanvoer van water via de rivieren voor hoge oppervlaktewaterstanden, hoge grondwaterstanden, verzadigde bodems en wateroverlast. De gevolgen varieerden van onbegaanbare straten tot ondergelopen kelders en optrekkend vocht in woningen. Wat kunt u als gemeente of woningbouwcorporatie doen om ernstige problemen en klachten door wateroverlast in de toekomst te voorkomen? TAUW kan voor u de knelpunten in kaart brengen en adviseren over een efficiënte aanpak van een overvloed aan stedelijk water.
Als gevolg van klimaatverandering zijn we door de jaren heen diverse keren geconfronteerd met knelpunten die ontstaan als gevolg van weerextremen zoals hitte, droogte, hevige neerslag of een grote toevoer van smeltwater. Door de ligging aan zee en de vele rivieren die ons land telt, zijn we kwetsbaar voor overstromingen. Maar niet alleen een stijging van oppervlaktewater kan tot problemen leiden. Een hoge grondwaterstand kan evengoed voor vervelende situaties zorgen. Een algemene aanpak ten aanzien van klimaatadaptatie en klimaatbeleid is verwoord in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Maar er zijn nog veel gemeentelijke vrijheden op het gebied van grondwaterregulerende maatregelen. Tijd om aan de bel te trekken, want stijgend grondwater kan veel problemen met zich meebrengen.
Deltaplan Ruimtelijke AdaptatieIn 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie opgesteld, met daarin alle projecten en maatregelen die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Een noodzaak, want bij niet ingrijpen lijkt de potentiële schade tot 2050 op te lopen tot ruim 71 miljard. In dit klimaatadaptatieplan wordt niet alleen gekeken naar de gevolgen van te veel water (overstroming en hoge grondwaterstanden), maar ook naar de gevolgen van te weinig water. De bestaande trits (vasthouden-bergen-afvoeren) is daarbij uitgebreid door ook te kijken naar aanpassing aan klimaat (acceptatie) en naar mogelijkheden voor waterbesparing.
Hoge grondwaterstanden en een plaatselijk volledig verzadigde bodem kunnen overlast veroorzaken. Als onderdeel van het stedelijk watersysteem (afvalwater, hemelwater en grondwater) kunt u hierbij denken aan problemen als:
Voornoemde gevolgen hebben zoveel impact, dat gemeenten, woningbouwcorporaties en particulieren genoodzaakt zijn actie te ondernemen om water in de toekomst het hoofd te bieden en een deel van de problemen en klachten over waterlast te voorkomen.
Gemeenten in Nederland hebben op basis van de omgevingswet (afdeling 2.4, artikel 2.16 gemeentelijke taken – voorheen grondwaterzorgplicht, punt 1.a.2°) de taak om structurele problemen als gevolg van een nadelige grondwaterstand in de openbare ruimte te voorkomen of te beperken. De grondwatertaak is van toepassing op de openbare ruimte, dus tot de particuliere perceelgrens. Kijkend naar de tekorten en overschotten wordt vanuit gemeenten vaak de insteek genomen: infiltreren van hemelwater (grondwateraanvulling/infiltratie grondwater) waar het kan, reguleren van grondwater waar het moet. De gemeente heeft bovendien de verplichting om water dat door particulieren afgevoerd wordt in te zamelen en te transporteren.
In de praktijk valt de uitvoering van de gemeentelijke taak om structurele problemen als gevolg van een nadelige grondwaterstand in de openbare ruimte vaak tegen, vanwege het feit dat de grondwatertaak gemeenten veel vrijheid geeft om invulling te geven aan het eventueel nemen van maatregelen. Om toekomstige hoge grondwaterstanden het hoofd te bieden, is een grondige inventarisatie en heldere visie op klimaatadaptatie en klimaatbeleid echter essentieel. Ook moet rekening gehouden worden met de beleidsbrief water en bodem sturend waarin wordt ingezet op een integrale aanpak en meer samenhang tussen nat en droog (sponswerking), rekening houdend met extremen vanuit klimaatverandering en het behoud van de kwaliteit van het natuurlijke bodem- en watersysteem.
Het treffen van grondwaterregulerende maatregelen in de openbare ruimte kan wel wat effect en verbetering sorteren op het terrein van u als woningbouwcorporatie en/of particulier, maar is mogelijk niet afdoende om problemen als het onderlopen van kruipruimten en kelders structureel te verhelpen. In die gevallen is een maatregel op eigen terrein doelmatiger en bent u op basis van de Omgevingswet als eigenaar vaak aan zet om grondwaterregulerende maatregelen te treffen.
Van oudsher heeft u als perceel- of gebouweigenaar de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een goede staat van uw perceel en de daarop gevestigde gebouwen en andere werken. Wat bouwwerken betreft, is hierbij het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl: dit besluit vervangt onder de Omgevingswet het Bouwbesluit 2012) van belang, waarin geen eisen zijn gesteld aan de vochtdichtheid van kelders en kruipruimten (betreft geen gebruiksfunctie). Water in kelders en kruipruimten kan dus voorkomen zonder dat sprake is van een bouwkundig gebrek. Als een kelder als opslagruimte of loze ruimte wordt gebruikt, hoeft deze zelfs niet waterdicht te zijn en niet waterdicht gebouwd te zijn. Dit ligt anders wanneer een kelder wel een gebruiksfunctie heeft (§ 3.3.1 Besluit bouwwerken leefomgeving), bijvoorbeeld een kelder ingericht als kantoor, keuken, slaapkamer, souterrain et cetera. In deze gevallen geldt de eis van waterdichtheid wel, maar ligt deze verantwoordelijkheid altijd bij de (particulier)eigenaar.
Tijdelijk water in de kruipruimte en/of kelder is hinderlijk, maar niet direct iets waar u of uw huurders zich zorgen over moeten maken. Wel kunt u bewoners tijdig informeren over hoge grondwaterstanden en het risico op wateroverlast om zo waterschade aan spullen te voorkomen.
In onderstaande gevallen is het wel verstandig om maatregelen te treffen:
Begin altijd met een onderzoek naar de oorzaak van de wateroverlast door het in kaart brengen van de geohydrologische situatie (bodemopbouw en grondwaterstand) en de bouwkundige situatie. In veel gevallen is het grondwater de oorzaak, maar het komt ook voor dat sprake is van een lekkende waterleiding of een defect in de afvoer van hemelwater. Als dit aan de voorkant niet duidelijk is, bestaat het risico dat maatregelen niet of onvoldoende helpen en is het ‘dweilen met de kraan open’. Zodra een duidelijke oorzaak van het probleem bekend is, kunnen doelmatige maatregelen uitgewerkt of ontworpen worden. Deze maatregelen kunnen bestaan uit het beheersen van grondwaterstanden en het omgaan met hoge grondwaterstanden.
Het (kunstmatig) beheersen en reguleren van grondwater is als gevolg van wisselende bodemeigenschappen een stuk complexer dan het beheersen en reguleren van oppervlaktewater.
Maatregelen om grondwater te verlagen, zijn bijvoorbeeld het toepassen van:
Bij dergelijke maatregelen moet ook altijd rekening worden gehouden met grondwateronderlast die in de zomerperiode kan ontstaan. Denk daarbij aan risico’s voor paalrot, zettingen van maaiveld, fundering, kabels & leidingen en verdroging van waterafhankelijke belangen (openbaar groen, bomen etc.). Een goed ontwerp is daarom altijd verstandig.
In de wetenschap dat hoge, lastig beheersbare grondwaterstanden kunnen voorkomen, is het verstandig daar rekening mee te houden of om dat te accepteren. Dan kunt u denken aan bijvoorbeeld de volgende maatregelen:
Voor ondersteuning en advies over vraagstukken rondom stedelijk water, klimaatadaptie en klimaatbeleid staan onze experts voor u klaar. Wij kunnen u, gemeenten en woningcorporaties, voorzien van diensten als:
Graag werken we samen met u aan toekomstgerichte, duurzame en integrale oplossingen.
Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.