Herziening van de ARIE-regeling uitgesteld

De ingangsdatum van de herziening van de regeling rond de Aanvullende Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (ARIE) voor gevaarlijke stoffen is uitgesteld. Evenals Brzo 2015 is de ARIE-regeling gericht op het voorkomen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. De nieuwe ARIE-regeling is bedoeld voor bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken, maar niet onder het Brzo-vallen. Deze wetgeving had in moeten gaan op 1 juli 2022. De nieuwe ingangsdatum (streefdatum) is 1 januari 2023. Dit is gelijk met de voorgenomen inwerkingtreding van de Omgevingswet.

13 juni 2022

Een wijziging van het arbeidsomstandighedenbeleid met veel impact 

De huidige regeling wordt deels uitgebreid en verandert op een aantal vlakken. De reden om de regeling te herzien is dat de huidige regelgeving niet goed is te handhaven en omslachtig is richting bedrijven. In de huidige situatie wordt aan de hand van een rekenmethode bepaald of een bedrijf moet voldoen aan de ARIE-regeling. Deze rekenmethode wordt gebruiksonvriendelijk geacht. Daarnaast mist de huidige ARIE-regeling aansluiting op CLP-verordening en Brzo 2015.

Omdat de geplande veranderingen veel impact kunnen hebben op de bedrijfsvoering van uw organisatie, hebben wij de belangrijkste wijzigingen hieronder kort toegelicht. De beschrijvingen zijn gebaseerd op de concept versie van de nieuwe ARIE-regeling, zoals deze in juli 2021 ter consultatie is gepubliceerd. Mogelijk dat de definitieve versie afwijkt van het concept, mede vanwege de reacties vanuit de industrie op het concept.

De belangrijkste wijzigingen 

Inhoudelijk verandert niet wezenlijks. ARIE-plichtige bedrijven zullen moeten beschikken over een Veiligheidsmanagementsysteem, een noodplan, een installatie-scenariodocument en een preventiebeleid zware ongevallen (PBZO). De belangrijkste wijziging is de aanwijs-systematiek en aandacht voor stoffen die huidcorrosie dan wel huidirritatie veroorzaken. Hieronder lichten we dit verder toe.

Verandering in de aanwijssystematiek

De aanwijssystematiek wordt na de herziening afgestemd op de CLP-verordening, zoals deze ook gehanteerd wordt in het Besluit risico zware ongevallen 2015 (Brzo 2015). Dit betekent dat de huidige rekenmethode - waarbij de hoeveelheid gevaarlijke stof, omstandigheidsfactoren en een grenswaarde aan de hand van een formule worden berekend - wijzigt. Onder de herziene regeling worden de drempelwaarden voortaan aan de CLP-categorieën van stoffen en met naam genoemde stoffen gelinkt. Dit geheel analoog aan de Brzo-aanwijzing, met dien verstande dat met naam genoemde stoffen die alleen milieugevaarlijk zijn en de categorie “milieugevaarlijk’ buiten de scope van de ARIE-aanwijzing vallen. Deze drempelwaarde omvat 30% van de drempelwaarden zoals genoemd in het Brzo.

Zat u voorheen net onder de Brzo-drempelwaarde, dan betekent dit wellicht dat u in de nieuwe situatie wel onder de ARIE-regeling valt wanneer de hoeveelheid opgeslagen gevaarlijke stof boven de grenswaarde van 30% uitkomt. De voorgenomen grenswaarden zijn opgenomen in conceptbijlage 0 van de herziene regeling. 


Uitbreiding diverse categorieën gevaarlijke stoffen

Een andere voorgenomen wijziging om aan te sluiten op de CLP-verordening is dat de gevaren categorie ‘gezondheidsgevaren’ ten opzichte van de Brzo aanwijzing is uitgebreid. Aan deze categorie is het gevaar ‘huidcorrosie dan wel huidirritatie categorie sub 1a, b en c’ toegevoegd. Het betreft stoffen met H-zin : ‘H314, Huidcorrosie/-irritatie, gevarencategorie 1A, 1B en 1C; Veroorzaakt ernstige brandwonden en oogletsels’. Wij verwachten dat deze nieuwe categorie de grootste impact heeft. Mede vanwege de lage drempelwaarde die is voorgesteld.

Andere aanvullingen zijn:

  • Gevaren categorie ’Fysische gevaren': Voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels categorie 1 en 2; het betreft stoffen met de H-zin:
  • H251: Voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels, gevarencategorie 1; Vatbaar voor zelfverhitting: kan vlam vatten
  • H252: Voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels, gevarencategorie 2; In grote hoeveelheden vatbaar voor zelfverhitting: kan vlam vatten
  • Gevaren categorie ‘Overige gevaren’: Stoffen en mengsels met gevaaraanduiding EUH001, In droge toestand ontplofbaar.


Uitbreiding omtrent handhaving van de regeling

Ander belangrijk aandachtspunt is de handhaving van de regeling. Waar voorheen alleen gehandhaafd kon worden met het strafrecht, zal na de inwerkingtreding ook met bestuursrecht gehandhaafd worden (dit wordt per geval bepaald). Deze verandering maakt het voor de Nederlandse Arbeidsinspectie mogelijk om bijvoorbeeld een ‘last onder bestuursdwang’ of ‘last onder dwangsom’ op te leggen indien niet aan de wet- en regelgeving voldaan wordt.  

 

Verloop van de wijziging 

De wijziging zal naar verwachting op 1 januari 2023 inwerking treden. Bij de actualisatie wordt ook een overgangsregeling ingevoerd voor bedrijven die voor het eerst onder de ARIE-verplichting vallen. Dit geeft bedrijven (direct na inwerkintreding) een jaar de tijd om aan de verplichtingen te voldoen. Het effect van de gewijzigde regeling zal de komende jaren worden geëvalueerd.   

 

Meer weten? 

Bij TAUW kunnen wij u met onze brede expertise en specialistische kennis op het gebied van compliance, arbeidsveiligheid, procesveiligheid, externe veiligheid en gevaarlijke stoffen verder helpen. Wij hebben ruime ervaring met het opstellen van de verplichte documentatie en het begeleiden van bedrijven bij invulling geven aan de ARIE-vereisten.

Kijk voor meer informatie op onze webpagina's over de ARI&E of de Brzo-wetgeving.

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.