Gemeenten staan aan de lat voor het klimaatbestendig (her)inrichten van het openbare gebied. Over de aanpak op het gebied van wateroverlast is inmiddels al veel bekend. Maar dat geldt niet voor het hittebestendig inrichten van onze leefomgeving. En dat is zorgelijk want we krijgen steeds vaker te maken met (extreme) hitte, en dat heeft grote impact op de leefbaarheid en gezondheid. De publicatie ‘Een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte’ biedt gemeenten handvatten voor de aanpak van de hitteproblematiek.
Stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, projectontwikkelaars, waterbeheerders en andere professionals bij gemeenten weten vaak niet welke eisen ze moeten stellen aan nieuwe hittebestendige ontwerpen van de stad, wijken en straten. Daarom heeft Tauw samen met de Hogeschool van Amsterdam, Wageningen Universiteit, Hanze Hogeschool en 12 gemeenten de afgelopen twee jaar onderzocht hoe gemeenten inzicht kunnen krijgen in hun hitteopgave en welke maatregelen en ontwerprichtlijnen effectief zijn.
De luchttemperatuur die door de officiële weerstations in het buitengebied gemeten wordt, ligt in het stedelijk gebied met veel verharding en weinig groen vaak veel hoger. Dit zogenaamde Urban Heat Island (UHI) effect is met name ’s nachts goed voelbaar: steen houdt de warmte veel langer vast waardoor steden veel langzamer afkoelen en mensen slechter slapen.
Overdag zorgt met name de verhoogde gevoelstemperatuur tot problemen. Straling en wind spelen hierbij een grote rol: in de zon, uit de wind, voelt het veel warmer aan dan in de schaduw met een briesje. Een luchttemperatuur van 30 graden leidt in de zon al snel tot een gevoelstemperatuur (PET) van boven de 35 graden. Mensen kunnen dan hun warmte niet goed kwijt en raken oververhit.
Voor een hittebestendige inrichting van ons stedelijk gebied is het van belang zowel de luchttemperatuur als de gevoelstemperatuur omlaag te brengen. Tijdens ons onderzoek hebben we hiervoor met de deelnemende gemeenten richtlijnen verkend die concreet en toetsbaar zijn, ontwerpers voldoende vrijheid laten en differentiatie per gebied mogelijk maken.
Hieruit zijn drie werkbare richtlijnen naar voren gekomen:
Richtlijnen 1 en 2 zijn gericht op het lokaal verlagen van de gevoelstemperatuur om overdag meer comfort te bieden.
Richtlijn 3 is gericht op een verlaging van de luchttemperatuur op grotere schaal, overdag én ’s nachts.
Aan de hand van analyse in een geografisch informatiesysteem (GIS) kunnen de richtlijnen vertaald worden naar kaarten en een handelingsperspectief dat past bij de gemeente (maatwerk). De gemeente kan deze richtlijnen opnemen in de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) of borgen in verschillende contractvormen of prestatie- afspraken met private partijen. De kans op realisatie wordt hiermee aanzienlijk vergroot.
Enkele voorbeelden uit het onderzoek:
Het volledige onderzoeksrapport is te vinden op de website van de Hogeschool van Amsterdam.
Wilt u weten wat wij voor uw gemeente kunnen betekenen als het gaat om klimaatbestendige inrichting? Kijk dan op onze pagina klimaatadaptatie of neem contact op met Monique de groot, monique.degroot@tauw.com, +31 61 53 80 94 9.
Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.