Grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen brengen risico’s met zich mee. Om deze risico’s te beheersen en ongevallen met gevaarlijke stoffen te voorkomen, is de Europese Seveso-richtlijn in het leven geroepen.
De Seveso-richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Omgevingswet en uitgewerkt in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Hierin worden regels gesteld aan activiteiten die vallen onder de milieubelastende activiteit (MBA) ‘het exploiteren van een Seveso-inrichting’. Er zijn twee typen Seveso-inrichtingen: lagedrempelinrichtingen en hogedrempelinrichtingen. De eisen voor beide inrichtingen verschillen van elkaar. Seveso-inrichtingen hebben veelal ook te maken hebben met de Aanvullende Risico Inventarisatie en Evaluatie (ARIE) vanuit het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Lagedrempelinrichtingen dienen een kennisgeving Seveso naar het bevoegd gezag te zenden en een PreventieBeleid Zware Ongevallen (PBZO) te voeren. Daarnaast zijn lagedrempelinrichtingen verplicht om een (VBS) te implementeren.
Deze bedrijven dienen - naast bovengenoemde verplichtingen - ook het volgende op orde te hebben:
Handhaving op de regels voor Seveso-inrichtingen vindt plaats door middel van inspecties. Bij deze inspecties zijn veelal bevoegd gezag Omgevingsvergunning, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Veiligheidsregio en het Waterschap of Rijkswaterstaat aanwezig.
De adviseurs van TAUW ondersteunen u bij het voldoen aan al deze verplichtingen. We kunnen u helpen bij het bepalen of u een Seveso-inrichting bedrijft en of u moet voldoen aan de verplichtingen voor lage- of hogedrempelinrichtingen. Ook helpen wij u te voldoen aan deze verplichtingen, bijvoorbeeld door te ondersteunen bij:
![]()
Neem contact op met één van onze adviseurs.

Pieter Luiten
Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.