TAUW is als onderzoeksorganisatie betrokken bij diverse onderzoeksprojecten die goedgekeurd werden binnen de Gelderse innovatieregeling voor nieuwbouw en ombouw van stallen met emissiereducties > 50 % ammoniak. De voornaamste taak van TAUW binnen deze projecten is de uitvoering van emissiemetingen op de melkveeboerderijen waar de innovatieve stal- en managementmaatregelen worden toegepast. De resultaten van de emissiemetingen zullen op deze locatie gepubliceerd worden van zodra de meetrapporten gefinaliseerd zijn.
| Samenwerkingsverband | DLV Advies |
| Start- en einddatum project | 16-03-2023 – 16-03-2024 |
| Vermoedelijke datum publicatie resultaten | juni 2025 |
Doelstelling |
Het beoogde emissie reducerende principe van dit systeem is gebaseerd op dagontmesting ten behoeve van vergisting en emissiearme vloeren (dichte vloeren en aanvullende maatregelen en technieken). Een reductie van de emissie van methaan en ammoniak wordt hiermee bereikt.
Het gaat om een nieuwe vloer van leverancier HCI, deze HCI W5.3 vloer heeft een voorlopige emissiefactor van 6,2 kg NH3 (52% reductie). De reductie wordt o.a. behaald door het afschot in de vloer zelf van 3,5% en de giergoot voor versnelde gierafvoer; de urine loopt via de goot naar de achterkant van de stal.
Vergote et al 2019 geeft aan dat dit bij een helling van 1,5% al voor de eerste 30% emissiereductie van methaan en ammoniak zorgt.
De ammoniakemissie komt in een scenario met dagontmesting uit op 5,9 kg/dierplaats/jaar. Indicatieve beoordelingen van vloer- en keldermaatregelen komen tot 15-20% reductie door toepassing van rubber op de vloer, maar geven ook aan dat meer onderzoek nodig is.
Direct nadat de verse mest uit de stal komt wordt deze met gescheiden in een dikke en een dunne fractie. De dunne fractie wordt opgeslagen in afgesloten externe opslagen buiten de stal. De dikke fractie wordt apart opgeslagen en afgedekt om zo emissies te voorkomen.
Door het apart afgesloten opslaan van de beide fractie komen de emissies ook niet alsnog vrij tijdens het opslaan.
Er wordt een ammoniakreductie verwacht van in totaal minimaal 75% door de maatregelen.
Het meetprogramma omvat ammoniak (NH3) -concentratiemetingen (6 maal per jaar) en metingen met betrekking tot temperatuur, luchtvochtigheid en de CO2 concentratie. In de buitenlucht worden tevens meteorologische factoren vastgelegd (windsnelheid, windrichting, bewolking).
Daarnaast wordt de concentratie van NH3 en CO2 als achtergrondconcentratie in de buitenlucht vastgesteld.
|
| Meetresultaten | Download resultaten |
| Samenwerkingsverband | DLV Advies |
| Start- en einddatum project | 16-06-2023 – 16-06-2024 |
| Vermoedelijke datum publicatie resultaten | oktober 2025 |
Doelstelling |
Het beoogde emissiereducerende principe van dit systeem (info DLV) is gebaseerd op dagontmesting ten behoeve van vergisting en emissiearme vloeren (dichte vloeren en aanvullende maatregelen en technieken).
Een dichte vloer is nodig om dagverse mest te kunnen vergisten en daarbij de (bestaande) mestkelders te kunnen gebruiken voor de opvang van het mestproduct na verwerking. Er wordt een innovatieve rubberen vloer toegepast. Het gaat om een rubberen vloer van leverancier V17 agro, deze (V1) vloer heeft een voorlopige emissie factor van 8,3 kg NH3 (36% reductie).
De reductie wordt o.a. behaald door de afschot in de vloer zelf van 6%.
De dichte V-vormige vloer (helling 1,5%) is voorzien van een urinegoot, de urine loopt via de goot naar de NW zijde van de stal.
De ammoniakemissie van dagontmesting komt in een scenario met dagontmesting uit op 5,9 kg/dierplaats/jaar
Indicatieve beoordelingen van vloer- en keldermaatregelen komen indicatief tot 15-20% reductie door toepassing van rubber op de vloer, maar geven ook aan dat meer onderzoek nodig is.
Er wordt een ammoniakreductie van in totaal minimaal 75% verwacht door alle maatregelen.
Naast de NH3 wordt ook de methaanemissie door dit systeem met vergisting met minimaal 50% gereduceerd.
Het meetprogramma omvat ammoniak (NH3) -concentratiemetingen (6 maal per jaar) en metingen met betrekking tot temperatuur, luchtvochtigheid en de CO2 concentratie. In de buitenlucht worden tevens meteorologische factoren vastgelegd (windsnelheid, windrichting, bewolking).
Daarnaast wordt de concentratie van NH3 en CO2 als achtergrondconcentratie in de buitenlucht vastgesteld.
|
| Samenwerkingsverband | Landbouwbedrijf Dijkman |
| Start- en einddatum project | 22-05-2023 – 13-04-2026 |
| Datum publicatie resultaten | november 2025 |
Doelstelling en meetresultaten |
Het beoogde emissiereducerende principe van dit systeem is gebaseerd op dagontmesting ten behoeve van vergisting en emissiearme vloeren (dichte rubberen vloeren en aanvullende maatregelen en technieken). Advies- en ingenieursbureau TAUW participeert als onderzoeksinstituut in verschillende goedgekeurde projecten binnen het kader van de Gelderse subsidieregeling voor innovatieve stalsystemen. Deze regeling richt zich op de ontwikkeling en implementatie van nieuwe en aangepaste stallen die een ammoniakemissiereductie van meer dan 50% realiseren. De projecten omvatten zowel de bouw van nieuwe emissiearme stallen als de renovatie van bestaande stalsystemen om de uitstoot van ammoniak aanzienlijk te verminderen. De voornaamste taak van TAUW binnen deze projecten is de uitvoering van emissiemetingen op de melkveeboerderijen waar de innovatieve stal- en managementmaatregelen worden toegepast. TAUW heeft onder andere onderzoek verricht bij melkveestal Dijkman. Om het onderzoek naar het emissieniveau van de stal van Dijkman uit te voeren, zijn conform het meetprotocol (Ogink et al., 2017) diverse parameters vastgelegd om aan te tonen dat tijdens de metingen is voldaan aan de landbouwkundige voorwaarden. De voorwaarden betreffen de huisvesting van het vee, de voeding, de melksamenstelling en -productie, de veterinaire zorg en hygiëne, het klimaat en diverse gegevens. Het onderzoek voldoet aan deze landbouwkundige eisen. Het ventilatiedebiet is in het onderzoek vastgesteld met behulp van de CO2-massabalansmethode (CIGR, 2002. De ammoniakemissie van de stal van melkveehouderijbedrijf van Dijkman is bepaald op 12,6 kg per dierplaats per jaar, gebaseerd op de gegevens van vijf meetperioden zonder standaardisatie voor referentiewaarden voor de buitenluchttemperatuur, het ‘met mest besmeurd oppervlak’ en het melkureumgehalte (Ogink et al., 2014). |
Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.