De betekenis van Water en Bodem Sturend (WBS) voor de provincie Groningen

Gerelateerde thema's: Bodem, Opgave Landelijk Gebied, Klimaatadaptatie

Projectgegevens:

Periode: maart 2023 - december 2023

Opdrachtgever: Provincie Groningen

Betrokken TAUW adviseurs: 

  • Edwin van der Strate
  • Mark in 't Veld

Over het project: de uitdaging

In de Kamerbrief 'Water en Bodem sturend' (WBS-brief) van november 2022 is gesteld dat we tegen de grenzen aanlopen van het watersysteem en het bodemsysteem. Het kabinet wil daarom water en bodem sturend laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land, bijvoorbeeld in het kader van duurzame stedelijke ontwikkeling en ontwikkeling van landelijk gebied. Door klimaatadaptatie kunnen we Nederland toekomstbestendig maken. Zo blijft leven, wonen en werken in een veilige omgeving, met een gezonde bodem en voldoende en schoon water mogelijk, ondanks een ander en grillig klimaat. 

De provincie Groningen wil het principe ‘water en bodem sturend’ concreet toepasbaar maken en heeft TAUW opdracht gegeven om dit voornemen samen met hen uit te werken. Het resultaat van de opdracht dient als basis voor de verdere invulling van de omgevingsvisie, het NOVEX-programma en het provinciaal programma landelijk gebied.

 

Samenwerken aan de oplossing

 Voor het concretiseren van de betekenis van het principe ‘water bodem sturend’ volgden we drie stappen (zie onderstaand schema).

 

  1. Tijdens de eerste stap is een analyse gemaakt van het water- en bodemsysteem van Groningen op basis van reeds beschikbare rapporten en kaartmateriaal. Daarbij is ook geanalyseerd wat de verwachte impact is van klimaatverandering en bodemdaling tot 2050 en daarna. De focus lag daarbij op de fysieke veranderingen en gevolgen voor het water- en bodemsysteem. Op basis daarvan is een eerste link gelegd met de structurerende keuzes uit de WBS-brief.

  2. Vervolgens zijn de resultaten van stap 1 besproken en aangevuld in een eerste brede werksessie onder begeleiding van TAUW, waaraan medewerkers hebben deelgenomen vanuit de teams Water (waterveiligheid & waterbouw), Milieu/Bodem, Ruimtelijke ontwikkeling, Landbouw, Landschap en transitie landelijk gebied. Daarnaast waren de waterschappen Noorderzijlvest en Hunze & Aa’s vertegenwoordigd, evenals de provincie Drenthe. Samen is gekeken naar en besproken wat de grootste uitdagingen en opgaven zijn voor het water- en bodemsysteem. Hierbij is gekeken naar de hoogteligging en het gehele watersysteem, dus de waterschap- en de provinciegrens overschrijdend. Het is van cruciaal belang dat de investeringen die nu worden gedaan bestand zijn tegen de klimaatverandering over een periode van 50 jaar of langer.

  3. Tot slot zijn de consequenties van ‘water en bodem sturend’ verder uitgewerkt. Er is een doorvertaling gemaakt naar mogelijke acties, prioriteiten en randvoorwaarden die zouden kunnen worden gesteld. In een tweede brede werksessie zijn deze uitkomsten besproken en verder uitgewerkt. Voorgaande werkwijze heeft optimaal bijgedragen aan een gezamenlijke en gedragen blik op het WBS-vraagstuk.

 

Resultaat en impact

Veel van de medewerkers die WBS in de praktijk moeten gaan vormgeven, hebben weinig kennis van de werking van het water- en bodemsysteem. Basiskennis over en begrip van dit systeem is cruciaal om het een plaats te geven binnen andere beleidsvelden, zoals ruimtelijke ordening. In de rapportage is daarom een narratief opgenomen ten aanzien van de drie hoofdsystemen van het water- en bodemsysteem in Groningen:

  • de (hoge) zandgronden;
  • het Lage Midden (klei-/veengronden);
  • de kleigronden in de kustzone.


Dit narratief geeft een toelichting over hoe deze zijn ontstaan, hoe ze werken en hoe ze onder invloed van klimaatverandering en bodemdaling gaan veranderen.

Ook de gevolgen en kansen in het kader van WBS zijn nader uitgewerkt voor elk van de drie hoofdsystemen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen het landelijke gebied (landbouw en natuur) en het bebouwde gebied (wonen, werken, mobiliteit en duurzame energie). De ervaring heeft geleerd dat veel structurerende keuzes niet los van elkaar kunnen worden gezien. De belangrijkste structurerende keuzes zijn daarom geclusterd in handelingsperspectieven. Voor deze handelingsperspectieven zijn randvoorwaarden benoemd, die kunnen worden verbonden aan bestaande en toekomstige functies en aan locatiekeuzes en ruimtelijke inrichting. Daarnaast zijn per handelingsperspectief (mee)koppelkansen met andere opgaven benoemd.

De provincie Groningen gebruikt deze input bij verdere uitwerking van de omgevingsvisie, het NOVEX-programma en het provinciaal programma landelijk gebied.

Er is al veel informatie beschikbaar over het WBS-thema, maar de kunst is om anders te kijken en de informatie anders te gaan gebruiken. Dat leidt uiteindelijk ook tot andere besluiten." - Edwin van der Strate, TAUW

 

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.