
Periode: maart 2024 - 1 juli 2025
Opdrachtgever: provincie Noord-Holland
Betrokken TAUW adviseur: Gustav Egbring
Voor het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen zijn verschillende terrestrische en aquatische habitattypen toegewezen met een doelstelling tot uitbreiding (kranswierwateren, meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, overgangs- en trilvenen) en behoud voor blauwgraslanden. Uit een trendanalyse in het kader van Natura 2000 blijkt dat ondanks de bescherming soorten die geassocieerd zijn met deze habtitattypen achteruit zijn gegaan.
Hydrologische onderzoeken op basis van het AGV-grondwatermodel laten zien dat er op de flanken van de heuvelrug oude kwelstromen zijn die vanuit de heuvelrug aan de oppervlakte komen. Dit biedt kansen voor ontwikkeling van kwelafhankelijke natuur. Deze plekken liggen grotendeels buiten bestaande Natura 2000-gebieden. Het is momenteel nog onduidelijk wat de potentie precies is. Er is meer inzicht nodig in het systeemfunctioneren om de potenties voor de ontwikkeling van kwelafhankelijke natuur op de flanken te bepalen.
Ambitie is om te komen tot maatregelen die leiden tot systeemherstel op de flanken van de heuvelrug, met als doel het realiseren van kwelafhankelijke natuur. Bij voorkeur gaat het om maatregelen die bijdragen aan het herstel of de uitbreiding van natuurwaarden die onder de bescherming van Natura 2000 vallen.
Het doel van dit onderzoek is om, op basis van bestaande kennis en meetgegevens, de resultaten van het AGV-grondwatermodel en aanvullend veldonderzoek, te komen tot een beter begrip van:
Daarnaast is het doel om maatregelen te formuleren die bijdragen aan het herstel van het (grond)watersysteem. Daarmee kunnen de aanwezige potenties voor kwelafhankelijke natuur beter worden benut, wat bijdraagt aan het realiseren van de doelen van Natura 2000, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Kaderrichtlijn Water (KRW).
TAUW heeft samen met Witteveen en Bos een bureau onderzoek uitgevoerd naar potentiële kwellocaties op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug waar kwelafhankelijke natuur tot ontwikkeling kan komen. Dit onderzoek is uitgevoerd in nauwe samenwerking met de begeleidingsgroep waarin, naast de provincie Noord Holland ook Natuurmonumenten, Waternet, provincie Utrecht, Goois Natuurreservaat en PWN vertegenwoordigd waren. Op basis van de aangeleverde informatie van de begeleidingsgroep hebben we een systeemanalyse uitgevoerd om de potentiële kwellocaties in beeld te krijgen. Daarna is er een keuzematrix opgesteld. De keuzematrix gaf inzicht in hoe goed een locatie scoorde als potentiële kwellocatie, waarbij onderscheid is gemaakt in inhoudelijke sleutelfactoren en realisatiemogelijkheden. Zie onderstaand figuur.
Op basis van inhoudelijke sleutelfactoren is een prioritering gemaakt van gebieden met potentie voor de ontwikkeling van kwelafhankelijke natuur. Vervolgens is beoordeeld welke van deze gebieden op korte termijn realiseerbaar zijn. Op basis van deze inzichten is besloten om fase 2 te starten, waarin het veldwerk gericht wordt uitgevoerd en specifieke analyses plaatsvinden.
“De gestructureerde aanpak per deelgebied gaf inzicht in de onderliggende sleutelfactoren, zo konden we de gebieden vergelijken en met de betrokken partijen een onderbouwde keuze maken over de invulling van het veldwerk. Het helpt enorm wanneer je de discussie kan voeren met professionals die weten waarover ze praten, daardoor was er veel draagvlak bij de mensen in de begeleidingsgroep.” - Thijs Sanderink, projectleider provincie Noord Holland
Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.