Evaluatie Innovatie Programma Micro Verontreinigingen (STOWA)

Projectgegevens:

Periode: 2024

Opdrachtgever: STOWA

Betrokken TAUW adviseurs: 

  • Joost van den Bulk
  • Mirit Hoek

 

Opdrachtomschrijving

De afgelopen 5 jaar zijn binnen het IPMV een groot aantal innovatieve technieken verkend op haalbaarheid en, indien kansrijk, opgeschaald naar een pilot. In deze studie zijn de resultaten van 15 pilot onderzoeken samengevat en met elkaar vergeleken. Daarnaast zijn ook alle kosten en CO2-kentallen geüpdatet naar prijspeil 2024.

In deze evaluatie zijn alle technieken onderling vergeleken. Hiertoe is in overleg met de projectuitvoerders gezocht naar de ontwerpspecificaties die horen bij een verwijdering van meer dan 80% van zeven van de elf gidsstoffen (7/11) ten opzichte van het rwzi-influent. Door deze verwijdering eenduidig te maken, kunnen de technieken onderling vergeleken worden op CO2 en kosten. Dit sluit beter aan bij de nieuwe EU-richtlijn die ook 80%  verwijdering beoogt (weliswaar op andere stoffen en in elk DWA monster).

De technologieën zijn onderling vergeleken op:

  • Het verwijderingsrendement
  • De kosten
  • CO2-voetafdruk
  • Verwijdering van ecotoxiciteit
  • Verwijdering van nutriënten
  • Minimalisatie bromaatvorming
  • Verwijdering van antibioticaresistente, PFAS en microplastics
  • De mogelijkheden voor hergebruik van het effluent
  • Technological readyness level


Samenwerking tijdens het project

Dit onderzoek is uitgevoerd onder de vlag van het Innovatie Programma Micro Verontreinigingen (IPMV) van het ministerie van economische zaken. TAUW heeft dit onderzoek gezamenlijk met SWECO uitgevoerd. De overleggen met de begeleidingscommissie van het IPMV waren altijd inspirerende en kritische sessies waarin ieder elkaar goed kon aanvullen. Daarnaast was het contact met alle projectuitvoerders heel waardevol en heeft ervoor gezorgd dat er een breed gedragen rapport ligt.

Resultaat van dit project?

Uit de studie komt naar voren dat de referentie technieken ozon en PACAS vanuit kostenoogpunt interessant blijven maar dat nieuwe technieken op CO2-voetafdruk, verwijderingsrendement en/of de verwijdering van nutriënten voordelen bieden. Geconcludeerd wordt dat de onderzochte innovatieve technieken voordelen bieden in vergelijking met de referentietechnieken, zowel qua verwijderingsrendement, als op kosten en duurzaamheid. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van biologische actiefkoolfiltratie (BAKF) waardoor de standtijd van granulair kool aanzienlijk verlengd wordt en microverontreinigingen biologisch afgebroken worden. Een ander voorbeeld is de ontwikkeling van nieuwe adsorbentia, zoals cyclodextrines en high-silica zeolieten als alternatief voor actief kool. Voor verschillende van de technieken liggen er nog onderzoeksvragen die in een vervolgpilot of full scale onderzoek beantwoord dienen te worden.

Bovenal is van belang om op te merken dat de keuze voor een techniek, of combinaties van technieken, altijd een situatie-specifieke afweging is. Afhankelijk van de kenmerken van de rwzi, de concentraties microverontreinigingen en bromide, (beperkingen ten aanzien van) de netaansluiting, beschikbaar budget en duurzaamheidsdoelstellingen moet per rwzi een afweging worden gemaakt voor de optimale oplossing.

De resultaten zijn ook gepresenteerd op het STOWA symposium over KRW in de afvalwaterketen op 18 september 2024. En het rapport is openbaar: Evaluatie Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater (IPMV) | STOWA

 

Heeft u vragen naar aanleiding van dit project?

Leg uw vraagstuk voor aan onze adviseurs, wij helpen graag.