Indices voor monitoring en inventarisatie biodiversiteit

Projectgegevens:

Periode: augustus 2018 - februari 2019

Opdrachtgever: Rijkswaterstaat

Betrokken Tauw adviseurs:

  • Martin van Oosterhout
  • Michiel Wilhelm
  • Sjoerd-Dirk Fiaschi - van der Est

Opdrachtomschrijving

Rijkswaterstaat is niet alleen beheerder van onze Rijkswegen en belangrijke watersystemen maar beheert ook een groot groenareaal aansluitend aan de wegen en kanalen, dat bestaat uit bermen, overhoeken, sluiscomplexen, verzorgingsplaatsen en meer. Daarmee heeft Rijkswaterstaat grote oppervlakten natuur onder zijn beheer. Rijkswaterstaat heeft zich voorgenomen om de ontwikkeling van de biodiversiteit in de bermen van (infra)netwerken (het hoofdwegennet en het hoofdvaarwegennet) te gaan meten met behulp van een (K)PI; een prestatie-indicator. Hiermee kunnen bijvoorbeeld de effecten van ingrepen en de uitvoering van het beheer worden gemonitord en eventueel worden bijgestuurd om de biodiversiteit te versterken. 

Bij het onderzoek naar één of meer goede indicatoren bleek het lastig om biodiversiteit in één getal of op basis van één soortgroep te definiëren. Biodiversiteit heeft namelijk meer definities dan alleen het aantal soorten. Daarvoor is het noodzakelijk om biodiversiteit in één waarde te gieten: een biodiversiteitsindicator. Er zijn alleen meerdere wetenschappelijke formules om tot een indicator voor biodiversiteit te komen. Al deze indicatoren zijn wezenlijk verschillend en hebben ieder hun sterke en minder sterke kanten. Zo is er de bekende soortenrijkdom, maar bijvoorbeeld ook de dominantie van de aanwezige plantensoorten of de ‘Index Florakwaliteit’. 

TAUW is gevraagd een advies te leveren over welke indicatoren voor biodiversiteit het meest toepasbaar zijn voor de activiteiten van Rijkswaterstaat. In deze adviesopdracht is dit gebeurd aan de hand van de beschikbare monitoringsgegevens van het Meetnet Bermflora.

 

Samenwerking tijdens het project

In eerste instantie is met Rijkswaterstaat bepaald welke indicatoren voor biodiversiteit mogelijk aansluiten bij de voorliggende onderzoeksvraag. Hierbij zijn we tot elf indicatoren gekomen. Vervolgens zijn de waarden van alle indicatoren met de grote hoeveelheid data van het Meetnet Bermflora berekend. Deze dataset bevat gegevens van jarenlange inventarisaties van vegetaties in bermen langs Rijkswegen over heel Nederland. Ook deze resultaten zijn samen met Rijkswaterstaat doorgenomen. Uitschieters in de data zijn aangestipt en relevante vergelijkingen zijn doorgenomen.

Daarna zijn de biodiversiteitsindicatoren onderling vergeleken. In eerste instantie kwalitatief door ze naast elkaar te leggen en de sterke en minder sterke punten onder de loep te nemen. Daarna is er ook kwantitatief vergeleken door ze te onderwerpen aan meerdere wiskundige berekeningen en vergelijkingen. Hierbij is gezocht naar de indicator die het best dienst doet in het beschrijven van alle onderdelen van biodiversiteit. Na de berekeningen en wiskundige vergelijkingen is in nauwe samenwerking met Rijkswaterstaat een adviesrapport opgesteld.

 

Resultaat

Het advies luidde dat het gebruik van de zogenaamde Shannon-index en de bloemrijkdom van een vegetatie samen met het aantal soorten de beste combinatie vormt om biodiversiteit van de (berm)vegetatie te kwantificeren. Dit kunnen de ecologen van Rijkswaterstaat gebruiken om de biodiversiteitsdoelstellingen meer vorm te geven. Hier kunnen vervolgens de beleidsmakers en uitvoerders mee aan de slag. Op die manier kan de kwaliteit van de plantengemeenschap in de bermen objectief worden gemeten en gemonitord en kunnen zo nodig passende verbetermaatregelen worden getroffen. Zo volgt uit wat begint met wiskundige formules uiteindelijk een groene, biodiverse wegberm van hoge ecologische kwaliteit.

 

 

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze adviseurs, wij helpen graag.