Samenvatting van een aantal belangrijke wijzigingen

1) Scheiding tussen Arbo en Milieu

Met de nieuwe richtlijn wordt beter gekeken naar de situatie. Wat is er nu echt aan de hand, wordt de medewerker ook daadwerkelijk blootgesteld aan verontreinigde stoffen? En zo ja, welke maatregelen moet je dan treffen? In de oude versie waren meer algemene veiligheidsmaatregelen opgenomen. In de nieuwe versie is deze tabel niet meer aanwezig en moeten maatregelen meer specifiek gemaakt worden.

Nieuwe systematiek
In de nieuwe situatie wordt voor de niet vluchtige stoffen afscheid genomen van de Interventie-waarde als toetsingskader en wordt gewerkt met SRC-arbo (= Serious Risk Concentration) waarden. Bij de SRC-arbo-waarden wordt specifiek rekening gehouden met de humane toxicologisch risicogrens (arbo). Bij het bepalen van de veiligheidsklassen wordt specifiek gekeken naar de Arbo aspecten en niet meer naar de milieuaspecten. Hierdoor is er een differentiatie ontstaan in stoffen die voor dieren en planten misschien heel schadelijk zijn, maar voor de mens minder schadelijk. De veiligheidsklassen worden daardoor voor sommige niet vluchtige stoffen lager. Voor de niet vluchtige stoffen zijn voor Arbo de Interventiewaarden niet meer het toetsingskader en zijn deze van elkaar losgekoppeld.

2) Scheiding tussen vluchtige en niet vluchtige stoffen

In de nieuwe publicatie wordt de SRC-waarde alleen toegepast op niet vluchtige stoffen zoals lood, zink en PAK. Voor PAK wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de 10 verschillende soorten PAK die standaard worden geanalyseerd. De vluchtige stoffen blijven getoetst worden op Interventiewaarden. In de herziening van december 2017 is er voor gekozen om de waarden voor zowel vluchtige als niet vluchtige stoffen te corrigeren voor Lutum en Humus. In de CROW rekentool moeten dan ook de gecorrigeerde waarden ingevoerd worden.

3) Nieuwe veiligheidsklassen: oranje, rood en zwart

In de oude richtlijn werd gewerkt met T (=toxisch) en F (=flammable) klassen. In de nieuwe richtlijn zijn deze klassen komen te vervallen. In plaats daarvan worden de veiligheidsklassen nu bepaald aan de hand van drie kleurcodes: oranje, rood en zwart. De kleurcodes gelden voor zowel de vluchtige als de niet vluchtige stoffen. In het figuur zijn de veiligheidsklassen weergegeven. In de wijziging van december 2017 is bepaald dat vluchtige CM (Carcinogene en Mutagene) stoffen boven de Interventiewaarde worden ingedeeld in veiligheidsklasse zwart vluchtig. Bij vluchtige stoffen is de mate van ventilatie in de werksituatie een belangrijk aspect. Op basis van de mogelijke uitdamping van deze stoffen moeten aanvullende maatregelen worden bepaald.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

-----------------------------------------------

Een aantal jaren terug ontwikkelde Tauw voor en in samenwerking met Dow Chemical een soortgelijk stoplicht model voor het bepalen van veiligheidsmaatregelen bij bodemverontreinigingen, dat de basis vormde voor het ontwikkelen van hiernaast genoemde veiligheidsklassen. 

 -------------------------------------------- 

4) Rol van de veiligheidskundige aanzienlijk groter

In de nieuwe publicatie zijn geen standaardpakketten van beheersmaatregelen meer van toepassing.

Dit betekent dat het bepalen van die maatregelen voor elke situatie specifiek moet worden uitgedacht. Het is daarom belangrijk dat een veiligheidskundige meekijkt om de maatregelen toe te spitsen op het risico, waarbij onder andere gekeken moet worden naar de verschillende stoffen, de

en de aard en duur van de werkzaamheden. De veiligheidsdeskundige heeft in de nieuwe situatie een rol in de ontwerpfase van het project en in de uitvoeringsfase. De rol van de veiligheidsdeskundige is dus aanzienlijk groter. Door het risico van bodemverontreiniging in de ontwerpfase te beoordelen, wordt tevens voldaan aan de minimale eisen die artikel 2.28 van het Arbobesluit stelt aan de bodem en het V&G plan. In ons overzicht hebben we de minimale maatregelen beschreven.

5) Vooronderzoek volgens NEN 5725

Het vooronderzoek vormt de basis voor het goed in beeld krijgen van de risico’s van bodemverontreiniging bij grondverzet. De CROW 400 schrijft voor dat de rapportage van het vooronderzoek voldoet aan de NEN 5725.

6) Geregistreerde DLP’ers

In de nieuwe versie wordt onderscheid gemaakt tussen gewone en geregistreerde DLP’ers (=Deskundige Leidinggevende Projecten). Alleen geregistreerde DLP’ers mogen werkzaamheden in de veiligheidsklasse ‘zwart’ en ‘rood vluchtig’ begeleiden. Geregistreerde DLP’ers moeten bijvoorbeeld aantonen dat ze op een juiste manier een gasmeting kunnen uitvoeren. In de herziening van december 2017 wordt de geregistreerde DLP-er, R-DLP genoemd in plaats van DLP-(R).

Heeft u vragen over de wijzigingen of wilt u weten hoe de nieuwe richtlijn kan worden toegepast in uw organisatie?

Download hier een uitgebreid overzicht van de wijzigingen

Neem contact op met Daan van Wieringen voor meer informatie of stuur een email naar p400@tauw.com.

Hoe kunnen wij u helpen?

Leg uw vraagstuk voor aan onze experts, wij adviseren graag.

Daan van Wieringen
T: +31 61 09 42 47 1
E:daan.vanwieringen@tauw.com
LinkedIn